... zoals we zijn: een Deurne
Date - fotocarrousel |
![]() |
||||
|
Het feestelijk startshot voor de 2 foto-carrousels werd gegeven op 24 maart in a2o-cultuur(t)huis, de initiatiefnemer.
“… zoals we zijn” 150 mensen gefotografeerd, En als ik naar de foto’s kijk, is elke plaat dubbelmooi. Mooimooi. De foto op zich is mooi, Philip is fotokunstenaar (dat is duidelijker dan kunstfotograaf). Maar wat de foto laat zien, wat in elke kader wordt vastgehouden, is ook mooi. En dat zijn wij: jij en jij en jij en jij. Ik niet, maar toch ook wel: dit zijn wij zoals we zijn. Mensen van Deurne in hun habitat, hun werkplek, hun koffie- en krantplek, hun hobbyplek, hun elkedonderdagversesoepplek, … hun ontmoetingsplek. Het is niet zómaar dat we met het district Deurne dit hele project met al onze mogelijkheden hebben ondersteund. “… zoals wij zijn” is de mooist denkbare illustratie van waar we met het lokaal cultuurleven naartoe willen. Ik ben iets meer dan tien jaar bezig met cultuur in Deurne. Een mens heeft misschien maar één leven, dus is het belangrijk om te weten dat waar je mee bezig bent, zin heeft. En dus is de eerste, existentiële vraag: wanneer heeft cultuur zin, waarom is kunst zo belangrijk? Ik vertel al tien jaar hetzelfde verhaal: cultuur is pas zinvol als het mensen bij elkaar brengt. Als het ontmoetingskansen geeft. Als het mensen uitnodigt om elkaar hun verhaal te vertellen. En dan te ontdekken dat de mevrouw uit de Noorderkempen die veertig jaar geleden haar man volgde naar de koekestad, en de mevrouw uit Kosovo die drie jaar geleden uit oorlogsgebied via via in Deurne terecht kwam, veel van zichzelf in elkaars verhaal herkennen. Dezelfde onwennigheid en hetzelfde wantrouwen. Dezelfde heimwee. Met vallen en opstaan proberen zich hier thuis te voelen. Philip is de mensen gaan zoeken waar ze zijn: in de bib, in het buurthuis, in de Rix, in de Frans Messingstraat, in het Kafee van Den Tip. Zeven belangrijke ontmoetingsplekken in Deurne hebben als decor gediend. Samen met Sien heeft hij uren doorgebracht in de binnenkant van Deurne. Samen werden ze gecharmeerd door de schoonheid van het doodgewone. Samen waren ze gechoqueerd door de angst van mensen voor hun eigen schoonheid. Ze hebben mensen ontmoet die vrij en naakt dansen voor de camera: kijk maar naar me, zoals ik ben. Ze hebben mensen ontmoet die wegduiken voor de camera, mooie mensen die zich verbergen achter een sluier van… tja van wat? De kunstenaar kijkt en is verwonderd (en soms gefrustreerd) en probeert te begrijpen. Wat vervreemdt mensen zo van hun eigen lijf? Wie vandaag naar al deze foto’s kijkt, kan niet toch niet haten? Als je naar deze mensen kijkt, kun je toch alleen maar houden van? Als je diep in al die ogen kijkt, kun je toch alleen maar liefhebben? Kijk, dan heeft cultuur zin. Dan is kunst belangrijk. Eindgedicht veel te lang Philip Demeester Jan Pandelaers, zaterdag 24 maart 2007
De naakte man van Bielefeld Hij zat op de lange trappen waarop de studenten hun vrije tijd pleegden te verpraten. Met een van die plastiek bekers in de hand, die koffie zo smakeloos maakt, bekeek hij de studenten. Ik geloof zelfs dat hij met enkele van hen in een levendige discussie verwikkeld raakte, hoewel zijn rimpels deden vermoeden dat hij niet van hun generatie was... Enkele dagen later zag ik hem terug. In de plaatselijke Spar, helemaal aan de andere kant van de stad. Hij duwde zijn karretje voor zich uit, net als alle andere klanten. Toch was ik er nu zeker van: dit is een opname voor ‘verborgen camera’. Ik probeerde angstvallig uit zijn buurt te blijven. Maar aan de kassa gebeurde het onvermijdelijke. Hij stond pal achter mij. Maar hij betaalde zoals iedereen en vulde rustig zijn fietstas. Toen deed hij zijn kleren aan, en even later reed hij vrolijk fluitend de stad in. Ik ben hem nog verschillende keren tegen het lijf gelopen, en ik moet zeggen: het was telkens tegen het naakte lijf. Misschien ben ik hem ook wel op straat voorbijgelopen, maar het was winter, en met z’n kleren aan heb ik hem ongetwijfeld niet herkend. Vrienden vertelden me dat hij tot de plaatselijke folklore behoorde, en dat niemand zich nog aan hem stoorde - integendeel. De politie had een tijdje geprobeerd hem van de straat te plukken, maar telkens verscheen ie weer in z’n blootje. Dus gaven ze het maar op. Wie deed hij tenslotte kwaad, en waarmee? Ik moet toegeven: in het begin boezemde hij mij wat angst in, maar na een tijdje kreeg ik een warm gevoel als ik hem terugzag. Het was alsof het leven minder koud werd in zijn buurt, en de herfst iets minder donker. Hij ging zijn gangetje, en toch was Bielefeld slechts Bielefeld dank zij hem, of beter - dank zij de kans hem tegen het lijf te lopen. En hoewel ik niet gelovig ben, dacht ik: ‘zalig zijn de simpelen van geest’, en ‘gelukkig bewaart god een plaatsje voor hem in zijn hart en in de hemel’. Later besefte ik dat hij helemaal niet simpel van geest was, integendeel. Hij was ook geen agent provocateur, of een lastpost, en noch minder een randgeval of een verschoppeling. Tenslotte drong het tot me door dat hij de eerste verlichte geest en lichaam was die ik in mijn leven ooit ontmoette. Dat hij eigenlijk al in de hemel was, terwijl wij nog in de winter geloofden. Ik heb nadien geen verlichte geesten meer ontmoet. Als god de mens echt naar zijn evenbeeld heeft geschapen, dan fiets Hij ongetwijfeld rond in z’n blootje en drinkt koffie met de naakten van geest. Twee gebeurtenissen hebben mijn leven richting gegeven: mijn moeder woordloos wenend aan het raam, en de naakte man in Bielefeld. Voor mijn moeder ben ik kunstenaar geworden, maar hij heeft mijn kunst een doel gegeven: het bevrijden van de bezielde lichamelijkheid. Ik hoop ooit naakt naar een vernissage te kunnen fietsen, gewoon en zonder bijgedachten, en bevrijd van alle commentaar. Dan zou ik een hemel bereikt hebben, en mijn kunst haar doel. Philip Demeester, ergens onderweg tijdens de opnames van '...zoals we zijn' |
|||||
|
thuis in
je lijf, thuis in de wereld |
|||||
![]() |
home | ©2008 Philip Demeester & a2o-cultuur(t)huis
|
![]() |
|||