Dodenvlot |
|||||
|
I In de zaal en op het toneel is het donker. De GROTE TAMTAM begint ritmisch en geskandeerd te dreunen. Eén spot valt op: Checker staat midden op het toneel en luistert scherp. Hij draagt een nauwsluitend gummipak met hoofdbescherming en een donkere veiligheidsbril. Checker -half mens, half dier- is een zuivere overlevingsmachine. Zijn rechter arm ontbreekt: een genetische ontaarding. Als de GROTE TAMTAM op zijn hoogtepunt is, wordt het plots klaar en je ziet: voor de muur van het bewoonbare areaal (BA) Nordbaden Drei (Heidelberg). Een muur met een groot gat, waaruit een soort glijbaan naar buiten leidt: de GROTE UITSPUWER. Errond vuilnis, halfvergane lijken, dier- en mensenskeletten: alles wat het BA aan afval uitspuwt. Daarvoor een chemisch besmet veld met moeraskorstmos en stenen. Een vloed vuilnis komt met het dreunen van de GROTE TAMTAM uit de GROTE UITSPUWER. Checker zoekt in de vuilnis naar wat eetbaar is, en propt het in een leren buidel, de CHECKZAK. De GROTE TAMTAM is stiller geworden. Checker heeft een vreselijke hoestaanval. Hij krimpt ineen, werpt de checkzak op de grond, bloed gutst uit zijn mond en kleurt het beschermingspak rood op de borst. Vertwijfeld, maar zonder resultaat, probeert hij de bloedvlek te verwijderen. Weer komt de GROTE TAMTAM nader, en in een vloed van vuilnis glijdt de mensenvuilnis Itai uit de GROTE UITSPUWER, slaat over kop, blijft liggen, krimpt ineen bij iedere vijfde slag van de GROTE TAMTAM. Checker neemt uit de checkzak een groot vangnet. De GROTE TAMTAM trekt af. Itai komt recht, kijk om zich heen, kontroleert de grond, waagt het niet te gaan. Hij is bang iets te betreden, iets aan te raken, ja te ademen. Tenslotte doet hij opvallend stijf enkele voorzichtige passen, waarbij hij met het rechter been trekt, kijkt in de GROTE UITSPUWER en roept: Itai: Ik heb toch maar nulkommavier! Laat me d'r weer in! Jullie mogen mij niet uit het BA verjagen met nulkommavier PPM cadmium! Dat is onwettelijk! Ik zal 't aan het bestuur rapporteren! Laat mij er in! Direkt! Jullie hebben mij nodig! Ik ben een zuivere proefbuisgeboorte! Honderd percent clean! Alleen al daarmee maken jullie je strafbaar! Inbreuk op de gen-wet! Jullie moeten mij nog eens opnieuw doorchecken! - Ik heb ook de TIEN GROTE GEBODEN nageleefd! 'k Heb nooit in oude boeken gelezen, nooit over mijn leven nagedacht, nooit een ander mens aangeraakt! Natuurlijk ook geen dier of plant! Ook naar het verleden heb ik nooit gevraagd! En alles wat ik at, heb ik met de counter gecheckt! Ik heb nooit bemind! Ik zweer: nooit, nooit, nooit! Ik was het bestuur trouw toegewijd. Zes gekontamineerden heb ik gerapporteerd. En jullie verbannen mij nu in 't OA? Dat is moord! Pure moord is't, moord! Laat me d'r weer in! (Itai zakt ineen en snikt. Checker werpt het net over hem, knielt op hem en bindt hem vast:) Itai: Wat? Wat wilde? Checker: Cool, body, cool. Itai: Dat moogde niet! Checker: Wat? Itai: Mij aanraken. Checker: Je mag hem niet tatschen! Itai: Het tweede gebod. Checker: Snotandkots! Itai: Oh, boy, als het bestuur dat hoort - Checker: Het bestuur? Itai: Centraalinstantie van Nordbaden Drei. Checker: Hier is 't bestuur natte shit. Je bent in 't onbewoonbare, body. (Checker zet Itai een bloedaftapper aan de halsslagader) Itai: Eh, wat doede? Checker: Bloedcheck. Itai: Nee, ik wil terug. Ze hebben mij per vergissing uitgewezen. Daar, in Heidelberg! Regelovertreding per vergissing. Checker: Regelovertreding- ! Itai: Ik ben onder de deathstreep. Checker: Zegt iedereen. Itai: Ik heb zo'n Genbonus! Checker: Okay, okay! Alleen 'n snelcheck, kom! Itai: Eerst uit 't shitnet. Checker: Shitnet, bastard, kwijler?! Itai: Okay, 't spijt me. Checker: Opgelet, body! - Daar, Checkers faities: net, jachtnaif, kett en beng - (Checker toont trots een mes, een zware ketting en een katapult en slingert behendig de ketting over het hoofd) Mooie faities, eh? Itai: Zeer mooie. Laat me d'r nu uit. Checker: Hier met de standers. Itai: Waarom? Checker: Daarom. (Checker bindt Itai's voeten samen en laat hem uit het net. Itai bedoelt de bloedaftapper:) Itai: Het apparaat is niet steriel. Checker: Rat! (Checker schopt Itai, slingert dan hektisch apparaten uit de checkzak:) Checker houdt clean, totally clean! Aftapper, bloedchecker, pischecker, zuiger! Reagenzers, maagslang, kalmeerders voor de hersenen, adertangen! Counter, korttijddosimeter, langtijder en blaasdraad! En hij zelf is cleaner dan clean! Vollijfsgummi, globushuid, glotsishelter: clean, very clean! Man, apparaat, tuig en shelter! (Itai wijst naar de bloedvlek op Checkers borst:) Itai: En dat daar? Checker: Waar? Itai: Daar! Checker: Alleenabit. Itai: Wat betekent dat? Checker: Alleenabit is alleenabit. (Checker probeert hektisch het bloed weg te poetsen:) Checkers zwak punt. Zijn enig! Itai: Interessant. Checker: En jij gaat als een schuttingsgspaal. Glots! (Checker doet Itais stijve gang na, wijst dan naar een chemiefles in de vuilnis, geeft Itai een lap, bedoelt de bloedvlek:) Catch de boddel en doe 't met 't slab! Itai: Zyklohexanol tatsch ik niet aan. Checker: Toxi enkel bij slijmhuidkontakt. Itai: Normaal huidkontakt is genoeg. Checker: Wilde knoet?! (Checker krijgt van woede zijn vliegend jicht) Itai: Hehehe! Checker: Jij hebt 'n nerveuze atmosfeer gemaakt! That turns Checker into a thikoloish! Itai: Maar ik heb je helemaal niet getatscht. (Checker kalmeert, neemt de bloedaftapper in de hand:) Checker: Kom nu! Itai: Waarom eigenlijk? Checker: Checker checkt iedereen. Kapotte genen, alle toxines, virussen, radioactivity. De biggste Checker aller tijden. Daar, kus de grootgrote Checker de hand! - Moet ie j' eerst 'n leverscheur maken? (Checker haalt uit met de ketting: Itai knielt en kust zijn hand.) Checker: Nu deze! Itai: Welke? Checker: Die vin hier. (Itai kust Checkers imaginaire rechter hand. Checker laat op "beide" armen de biceps spelen:) Yeah, checker en body-builder! Welke is stronger? - Spiercheck! Itai: Betatschen? Checker: Come on! (Itai krimpt ineen en deinst terug, wijst met de hand:) Itai: De rechter. Checker: Checkers trots. (Checker grijpt weer naar de bloedaftapper: Itai vlucht:) Itai: Ik ken mijn waarden. Checker: Kontas? Itai: 86. Checker: Daarvan toxische metalen? Itai: 52. Checker: Radioactivity? Itai: Gemiddeld. Checker: Chromosomenbreuken? Itai: Als donor? Checker: Jij? (Itai toont meerdere stempels op zijn naakt lichaam:) Itai: Hartbank - longenbank - leverbank - miltbank - Zelfs voor de genbank voorzien. Checker: Eh, de stempel nierbank? (Beide bekijken Itais nierstreek) Itai: Kommisie was kontrovers. Checker: Hond, spuw je diagnose uit! Itai: Zonder detailverklaring geweigerd. Checker: Wilde kett?! Itai: Nierfalen. Checker: Ziede wel! Itai: (snel) Tijdelijk! Checker: En dan genbank (Checker gaat om Itai heen, drukt, beklopt en beluistert hem.) Tijdelijk nierfalen, ha! Itai: Mijn nierkontas zijn dumping! Checker: Ook beginnende aantasting van het beenderweefsel? Itai: Niet geregistreerd. Checker: Trekt met de rechter staander - Itai: Nonsense! Het been is positief. Checker: Gacheck! (Checker bevrijdt Itai van de voetboeien. Itai gaat stijf en recht, maar zonder met het rechter been te trekken, voor Checker op en af.) Al eens beter getrikst eh? Body, je rechter been is naar de kloten. De hele body trouwens. Totally! Teveel cadmium d'rop. Checker heeft daar een oog voor. Shit wordt in de nieren opgeslagen. Vanaf nulkommavijf PPM zijd' ex. Kalk bouwt af uit het beenderweefsel. Je wordt kleiner. Verschrompeling van het skelet. Daarbij bloedarmoede, ademnood, longen kapot. Daar glotste van, hahaha! - Ah, de TIEN GROTE GEBODEN! (Checker leest af van Itai's rug:) Je zal niet beminnen. Je zal geen ander mens aanraken. Je zal geen dier aanraken en geen plant. Je zal je voeding met de counter checken. Je zal elke chemisch besmette persoon aangeven. Je zal niet over je leven nadenken. Je zal niet vragen naar wat vroeger was. Je zal geen oude boeken lezen. Je zal het bestuur gehoorzamen. - Allemaal balla! En kom nu! (Checker jaagt Itai de bloedaftapper in de hals.) Itai: Nee! Checker: Checker moet checken. (Checker trekt de aftapper met de tanden vol, gaat zitten, test Itai's bloed in een reageerbuis. Naar Heidelberg wijzend:) Welke checkmethode hadden die d'rop? Itai: Beta-twee-mikro. Checker: Geen neutronen-aktivering? Itai: De aktiveerder was buiten dienst. Checker: Hoe? Itai: Energierantsoeneringsverordening. Checker: Geen stroom meer, hahaha! Itai: Alleen de vier grote dynamo's. Checker: Wat'n ding? Itai: Tredmolens. Reuzedingen. Volle vijftig meter hoog. Op elk trede zes man. Funktiepartners. Glots, zo! De buitentrappers hebben 't goed, die gaan aan 't touw. De binnentrappers zijn vrij. Je naif- (Itai trekt Checkers mes over de voetzolen. Met waardering:) Checker: Lederachtige kwaliteit. Itai: Zeven jaar binnentrapper - Checker: Water ook al gerantsoeneerd? Itai: Al eeuwig. Checker: Brandstof? Itai: Restanten. Checker: Gaat down met Duitsland. (Checker houdt het reageerglas omhoog en kijkt:) Oh, wattamess, wattamess, wattamess! Itai: Wat is er? Checker: Je bloed wordt groen. Dat Bog je vermoordt! Altijd heeft de Checker pech! Itai: Waarom? Checker: Not eatable. Itai: Wie. Checker: Jij. Itai: 't Spijt me. Checker: Pas jij maar op! Itai: Ik ben niet meer eetbaar - (Kort zwijgen) Dus da's je voedsel? Checker: Only in extremities. Bodies zijn 't zuiverste vergif. Vliegen - hm! Bladeren - great! Bessen - okay! Vroege schakels van de voedingsketen hebben de minste kontas d'rop. Itai: En jij zelf. Checker: Checker is clean. Itai: Really? Checker: Totaal immuun! Totally! Body stoot de chemieshit af. Itai: En het vollijfsvel? Checker: Koudeshelter. - Wat grijnsde? Itai: Vermoed andere stand van zaken. Checker: Levensmoe? Itai: De minusarm. Checker: Itai heeft Checkers rechter gekust! Itai: Geen andere keus. Checker: Wat bedoelde, body? Itai: Onder dwang. (Checker schreeuwt en krijgt zijn vliegend jicht:) Checker: Niemand kan kussen, wat er niet is! Checker heeft de kus duidelijk gevoeld. Tiendevan'nsecondo tederheid! Nonono, notabit, notabit!! Walggevoel bij slijmhuidkontakt! Bèèh, bèèh, bèèh, je hebtse gekust! Je hebtse gekust! Je hebtse gekust! Hoeveel grijpers heeftie? (Checker haalt uit met de ketting:) Itai: Je hebt er twee. Checker: Checker is 'n Alfa-Eener. Superalfa-Eener, droog! En voor 't geval ie toch es iets chemisch heeft: allemaal tegenmiddelen - (Checker laat Itai in zijn checkzak kijken.) Itai: Ook iets tegen Itai-Itai? Checker: Ijzer. - Griffels weg! Itai: Misschien helpt 't mij. Checker: Checker moet helpen? Waarom? (De grote Tamtam trekt voorbij. Checker en Itai vallen over elkaar heen en krimpen bij iedere vijfde slag ineen. Dan:) Itai: Zijde d'r nog? Checker: Bog zij dank! Itai: Waar kwam dat vandaan? Checker: Is er altijd. En overal. Soms luid, soms stil, meestal onhoorbaar. Was er al, voor wij er waren. Forever and altijd. Itai: Hoe heet het? Checker: Checker zegt: de GROTE TAMTAM. (Itai neemt met één blik de hele ruimte op:) 0Itai: De GROTE TAMTAM - Checker: Pst! Dont move! Itai: Waarom? Checker: Superondier. (Itai staart geboeid naar een hoek.) Itai: Klein ratje - Checker: Waar d'r een is, heb d'r gauw duizend. Tienduizend, honderdduizend, een miljoen. Springen tegen j' op. Met duizenden, body. Knagen zich brutalicker door d'ingewanden. Rukken versvlees uit 't smoel. Radioaktieve beesten, die! Zelf extreem resistent. Overleven alles. Atoom en chemie. Zullen na ons de aarde beheersen. Rattenvolkeren in 't chemie. Als ze komen, ren wat je kan. Daar, kip dat over d'r balg. Itai: Kerosine? Checker: Hebde vuur? Itai: Verbranden? Checker: Schreeuwt als krezzi. Maniakisch. Minutenlang. Iiiiiiih! Zo'n superhightoon. Zijde d'andere gegarandeerd kwijt. Forward! Itai: Weg. Checker: Really? Itai: Je beeft? (Checker toont Itai een kapotgevreten been, geeft hem een waterfles.) Checker: Heel droge keel! - Zuip! Itai: Wat? Checker: Bronwater. Itai: En het drinkbaarheidsattest? Checker: Zijde zelf. Itai: Hoe? Checker: Omdat jij zuipchecker ben. Forward. Clean als de jonge dag. Itai: Drink dan toch. Checker: Kunde weten? Itai: Zonder counten zuip ik niet. Checker: Okay, okay! (Checker geeft Itai zijn Counter. Itai count Checker.) Checker: Eh, wat wilde? Verdwijn! Itai: Eerst hoeveel rem je hebt. Checker: Wilde'n fait?! Itai: Je tatscht me voortdurend. Checker: Gegarandeerd nul. Itai: Dan tikt je counter niet juist. Checker: Smoel! Itai: Wat schreeuwde? Checker: Checker is clean! Geen binnenstraling! Die paar buitenrem heeft iedereen! Binnen is ie totally clean! Totally! Itai: Maar haren ex. (Checker toont Itai zijn behaarde borst.) Checker: Glots! Itai: Alibitoupet. Checker: Jouw genen zijn ook niet clean! Itai: Mis, Checker: proefbuisgeboorte. Checker: Kunde ook muteren, body. Simultaankoppen, drie armen, gat aan navel heeft ie gezien. Itai: Alles alfaalfa bij mij. Al als feutus doorgecheckt. Niet één chromosonenbreuk. Checker: Zuip nu! Itai: Eerst het water counten - (Itai giet water over de counter.) Nul radioactivity. Checker: Waarop wachte? (Itai drinkt weinig.) Niet zo bescheiden. (Itai drinkt meer. Checker rukt hem de fles weg:) Stop! - Zuipt ie de halve kalabash! - Maagkramp? Itai: Negatief. Checker: Minstens 't zuur? Itai: 't Spijt me. (Checker drinkt, bindt dan Itai het touw om de hals:) Checker: Ren in 't rond. Itai: Waarom? (Checker dreigt met de ketting:) Checker: Forward! Checker houdt ellende in de hand. (Itai loopt aan het touw in het rond.) Move on! Vlugger! Tempo, body! Checker moet zien hoeveel power je hebt. Vooruit, mallotschick, de weg is lang! Itai: Power zoveel je wil, Checker. Checker: Zijde zeker? Itai: Waar gaat 't naartoe? Checker: Checker moet de Rijn af. (Checker gaat om Itai heen, onderzoekt Itai's beenspieren, drukt zijn dijen.) En tot aan de Rijn zonder grondkontakt - Itai: Wat wil dat zeggen? Checker: Smoel! Glots! (Hij spreidt een verfomfaaide landkaart voor Itai uit:) Itai: Landkaart? Checker: Overlevingskaart. Bestraald landschap, chemische stroken, zenuwgaszones: alles d'rop. Itai: Van waar? Checker: Smalle body met uitschuifkin. Die heeft Checker exgemaakt. Dicht bij Augsburger. Itai: Je hebt hem gekilld? Checker: Genadedood. Lag daar maar. Ten noorden BA Bayern Zwei. Hapte naar lucht. Vis op 't droge. Stonk uit alle ribben naar shit. Shitandskit en volgekotst. Zenuwgas. Was ie ingesukkeld. Itai: Ondanks de overlevingskaart? Checker: In Bayern zijde nooit zeker, body. Itai: Zenuwgas? Checker: Checker glotst naar de shitter. Doet ie glotsies nog eens open, zwamt iets van genadedood. Dus Checker met de kett. Mooie rondslag, body. Zo! Tot de globus opensplijt. En hij wegzwemt. Dan vlug vlug: bloedcheck gedaan! Totally clean bloed, de mallotschick. En dan hoofdkabel opengesneden. En gezopen, gezopen, gezopen! Boy, had ie zich opgevuld! Clean, vitamines blood! - En waarom? (Checker houdt de kaart omhoog:) Daarom, body! Heeft ie alles afgecheckt. Jarenlang door de streek gesjokt. Smalle zak met uitschuifkin. Alles gecheckt en ingetekend. Elke danger number one. Bog knows watta superchecker! Daar, wat staat daar? Itai: Xanten. Checker: Checkers doel. Itai: Waarom? Checker: Cleane stad. Nul chemische toxis. Totaal intakt biotoop. Toxiclean en bodyleeg. Itai: Mensenleeg? Checker: Geneutroniseerd. Itai: Wanneer? Checker: Veertig jaar geleden. Itai: En al vrijgegeven? Checker: Uitschuifkin is d'r geweest. Itai: Geen competente instantie. Checker: Goschgosch! That turns Checker into a tiger! Maakt ie hem z'n Xanten kapot! Xanten is totally okay! Itai: Really een cleane stad? (Checker en Itai lachen en dansen in het rond:) Checker: Yeahyeahyeah is clean, clean, clean! In Xanten is de aarde clean! Itai: In Xanten is de hemel clean! Checker: In Xanten is het water clean! Itai: In Xanten zijn de bomen clean! Checker: De bloemen, de dieren, de vissen, de vogels. Zelfs that little mockingbird! Clean, clean, clean, clean! And empty of bodies. Maar Checker zal Xanten fucken! (Checker bespringt Itai:) Fuck, fuck, fuck, fuck, fuck, fuck! Itai: Eh, geen overtredingen! Checker: Checker zal multi bodies maken! Sweete, kleine AlfaEeners! Mockingbirds, sweet mockingbirds! Itai: In 't Centraal Register opgenomen! We zullen zeven, zeven, zeven! Tot al 't kapotte uitgeroeid is! Checker: Outendgon! (De GROTE TAMTAM weerklinkt. Lichtverandering. Checker en Itai vallen over elkaar heen en krimpen bij iedere vijfde slag ineen. Tegelijk glijdt in een stroom vuilnis een naakte man uit de GROTE UITSPUWER, schreeuwt en probeert terug in de GROTE UITSPUWER te klimmen. De GROTE TAMTAM werpt hem echter telkens weer op de grond. De GROTE TAMTAM verwijdert zich. De man steekt zichzelf neer met een mes. Checker count de stervende man. Itai schrikt en wendt zich af.) Checker: Is er iets? Itai: Gisteren zat hij onder aan de Neckar. Hij kamde zich en hield 'n bosje haar in de hand - Checker: Tweeënzeventig rem. Itai: (nadenkend) Dat heb ik bij de centrale aangegeven - (Beide kijken weer op de verfomfaaide landkaart.) Daar gaat het naar de Rijn. Checker: Mittenmang door de shittige zone Itai: In Mannheim wordt 't biezonder erg - Checker: Chemical danger number one. Itai: Komt geen zwijn over. Checker: Mis. Itai: Wat grijnsde? Checker: Checker rijdt. Itai: Heb je 'n paard? (Checker springt op Itai's rug:) Checker: Yeah, body, yeah! Itai: Niet tatschen, kreng! (Itai werpt Checker van zich af.) Checker: Eh, Checker haalt je d'eyeballs d'ruit! Itai: Ik kan d'r niets aan doen. Heb al bij lichaamskontakt gekotst. Checker: Daar heeft de Checker gewacht. Elf weken. Op 'n rijdier als jij. Yeahyeah, voor de grote uitspuwer hier heeft ie elf weken gehokt. And time turned into a bloody september. Elf volle. Vol desire. En nu ben je d'r. Neerknielen! Itai: Zoek je liever 'n ander uit. Checker: Neerknielen heeft de Checker gezegd! Itai: Maar - ik heb 'n gat in m'n schoen! Checker: En dan? Itai: Ga ik d'rop, krijgde grondkontakt. Checker: En de eelt, tredmolenloper? Itai: Verdraagt de harde chemie niet. (Checker zet Itai het jachtmes op de keel:) Neerknielen! - Moet ie maken, Itai-zoontje, dat de rotte, warme shit uit de kapotte leidingen spuit? (Itai knielt, Checker klautert op Itai's schouders.) Itai: Strikt genomen zijde al dood. Checker: Draaf af! Itai: Naar waar? Checker: Links. Itai: Liever rechts. Checker: Links! Zij'de doof? Itai: Teveel stenen. Checker: En rechts gade'ex. Itai: Hoe? Checker: Kapotte padden daar. Itai: Horrorshowachtig. Checker: Vermoed kontaktvergif. Forward! (Checker trapt Itai in de flanken.) Itai: Niet in de nieren! Checker: Why not? Itai: Shitzon knalt in de glotsies. Checker: Jouw probleem. Itai: Leen me je glotsishelter. Checker: Zotschock kunde krijgen. Huuhott, body! Expresso rapido! Itai: Broomhersige bestialicker! Checker: Itai, vannacht dings ik je af. Als de goede, oude lunock koperrood over 't oliemeer staat. En nu langlauf, mallotschick! Gezonde, krachtige langlauf! (Itai loopt, Checker -op Itai- zingt uitgelaten:) Checker: In Xanten is de aarde clean! In Xanten is het water clean! In Xanten zijn de winden clean! In Xanten zijn de dieren clean! In Xanten zijn de vogels clean! In Xanten, daar is alles clean! Clean, clean, clean, clean, clean, clean!
II Oever van de Rijn voorbij Mannheim. Een zeer oude man met vol, lang haar zit tot aan de hals in een berg oude schoenen. Hij heeft een paraplu geopend en bootst vogelstemmen na. Checker komt op Itai aangereden. Itai is uitgeput en trekt meer dan vroeger met het rechter been. Bovendien is hij opvallend kortademig geworden. Checker: Stop! Itai: Vogels. Checker: In de chemieshit hier? - Glots! Itai: Watda? Checker: Een twintigste-eeuwer. Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! (Koekoek klautert uit de berg schoenen. Het is een zeer oude man, naakt en uitgemergeld onder een flodderende wintermantel, gaat altijd een beetje voorovergebogen. Koekoek gaat naar een plas water, kijkt er kontrolerend in en drinkt.) Checker: kijk, hoe hij slurpt! Itai: Ik kan h'm maar wazig zien. Checker: Is d'r iets met de glotsies? Itai: Weet niet. (Checker geeft Itai de katapult:) Checker: Beng de shitter. Itai: Waarom? Checker: Hij heeft clean water. Itai: Krijgen we ook zo. Checker Beng hem toch maar. Dat hij weet, waar z'n plaats is. Midden tussen de glotsies. Beng de stinki geitebok. Itai: Beng jij hem toch. Checker: Heb maar één arm vrij. Itai: Ha! Koekoek: Wat willen jullie? Hoepel op! Wat valt er te gapen? Checker: Vooruit, milkface, geef hem azkes maleikes! Itai: Checker, echt, alles wordt vaag. Checker: Ah, de goeie Itai-Itai wil zijn griffels niet vuil maken. Allemaal bigge kakka, body! Itai: We kunnen hem als vreetchecker gebruiken. Checker: Oldi als die heeft 'n rattemaag. Was anders al ex. Zoiets vreet dioxine als ontbijt en spoelt het door met nitrobenzol. Voor 'n vreetcheck totaal onbruikbaar. Totally! Forward! Hem in de stemming brengen. (Checker nadert kettingslingerend Koekoek. Itai stapt zwaar en halfblind achter hem aan) Regenshelter omlaag! Koekoek: Pisser! Checker: Hoorde, Checker is 'n pisser? Koekoek: Ik ben oud - Checker: En levensmoe! Koekoek: maar jou trek ik nog af! Checker: Echt? (Checker neemt de paraplu.) Koekoek: Nee, die is van mij! Loslaten, drekzeug! Dat is de mijne. Checker: Rukt je de grijpers uit de gewrichten - Koekoek: Grijpers? Checker: Klopt d'r iets niet? Koekoek: Ik zie d'r maar één. Checker: Checker maakt je kreupel, body! Koekoek: Hoeveel armen heeftie? Itai: De grote Checker heeft er twee. Checker: Itai-zoontje - Koekoek: Dus alle twee hersengeamputeerd. (Checker haalt uit met de ketting:) Checker: Welke liberties permitteer jij je?! Koekoek: Ik waarschuw je - Checker: De stinker is krezzi. (Ze staren elkaar aan. Koekoek fluit een hoge toon. Checker kijkt weg, verstart, gaat langzaam achteruit.) Koekoek: Dus horen kan ie. Zal hij z'n symfonieën toch niet in volledige stilte moeten componeren. Itai: Waar brandt het? Checker: Dat is 'n rattenman. Itai: Hoeveel heeft ie d'r? Checker: Nu één. Daar! Maar gauw tienduizend. Koekoek: Wat willen jullie? Checker: Vraagt wat we willen! Heeft 'n gezonde nachtslaap gehad en'n goed, voedzaam ontbijt, en nu vraagt ie wat we willen- Koekoek: Niks te vreten hier. Checker: Echt niet? - Hoeveel rem heb jij? Koekoek: Minstens twintig. Checker: Voor twintig zijde te fit, body. Koekoek: Ik straal aardig wat af. Checker: Zit daar en straalt zo voor zich uit - Itai: Countcheck? Checker: Secondo! Van waar hebde twintig? Koekoek: Vraag me niet. Checker: Waarom niet, stinker? Koekoek: Ik mag d'r niet aan denken. Checker: Waaraan niet? Koekoek: Aan die dag. Checker: Wat voor'n dag? (Koekoek heeft een atoomtrauma. Altijd als hij daarover spreekt, verzinkt hij in een wereld van schrikbeelden en neemt niets meer waar. Checker kan daarom het net uit zijn checkzak nemen.) Koekoek: Nee, ik mag er niet aan denken. Ik moet en wil 't vergeten. Moet en wil. Checker: Wat? Koekoek: Anna. Kwel me niet. Anna en alles. Altijd ging ze heen en weer. Heen en weer. En heen en weer. Sterf, Anna, sterf! Checker werpt het net over Koekoek. Tot Itai:) Checker: Forward body, de jacht is open! Checker wil checken! Counten! (Checker houdt Koekoek vast, Itai count hem.) Itai: Amper acht. Koekoek: Die is niet okay. Checker: Checkers counter niet okay? (Checker en Itai terzijde:) Itai: Maak jij hem ex? Checker: Eerst 'n bloedcheck. Catch hem! Itai: Ik kan hem niet tatschen. Checker: Okay, dan doe jij 't. (Checker geeft Itai de bloedaftrekker en werpt zich op Koekoek.) Koekoek: Wat willen jullie? Checker: Bloed. Koekoek: Al mijn bloed? Itai: Deze maateenheid. Koekoek: Rattenpfiff? (Checker grijpt Koekoek met twee vingers in de ogen:) Checker: Dan zijde blind. (Koekoek geeft zich over. Itai vindt Koekoeks halsslagader niet.) Dieper body! - Komt er wat? Itai: Bloedt er zo maar op los. - Glots! (Itai toont de volle bloedaftapper.) Koekoek: Al mijn bloed - Itai: Alleen het slechte. Checker: (lacht) Yeah, alleen het slechte! Itai: Dadde 'n beter mens wordt, oldi. Checker: Zonder moordneigingen! Koekoek: Moordneigingen? (Checker springt om de berg schoenen heen en schreeuwt:) Checker: Wie heeft dan die daar afgedingst? Afgedingst en opgeknabbert? Oh, my brothers, Bog zal je beminnen! Duizend mallotschicks en mamalas! Tweeduizend sloffen! Glots Itai, kijk, een babyschoen! Duizend faits op leven en dood! En glots, daar ligt ie, de stralende sieger! Multikiller! Koekoek: Ik ben geen killer! Itai: En de vele exen? Koekoek: Kwel me niet! (De GROTE TAMTAM trekt voorbij. Alle drie vallen over elkaar heen en krimpen bij iedere vijfde slag ineen. Koekoek komt als eerste recht, vouwt de handen en bidt.) Checker: Eh, wat doede daar? Itai: Wat doet ie? Checker: Doet zo komisch de vinnen scheef. Itai: Koekoek, waarom? Checker: Eh, waar zijde? Koekoek: Laat me bidden. Checker: Maar waarom? Koekoek: Omdat 't mij tegen 't grote dreunen helpt! Checker: Helpt hem tegen 't grote dreunen (Checker gaat naar het watergat:) Dat water kan je slabberen? Koekoek: Alleen als Indi nog leeft. Checker Wat voor'n Indi? Koekoek: Daar zwemt hij. Itai: Een vis? Checker: Water verpesten! Checker is dorstig. Smijt zijn shitti vis d'r in! Koekoek: Indi is mijn indikator. Checker: Wat 'n ding? Koekoek: Zolang hij leeft, is 't water goed. Checker: Clever, clever! En hij zelf? Koekoek: Wat? Checker: Nul toxine? Koekoek: Helemaal clean. (Checker houdt de vis met een grote geste ten hemel:) Checker: Oh Bog, je schenkt de Checker een vis! Hij zal hem vreten en jou eren. Dank, grote Bog! Voor jou zal checker killen, killen, killen! Koekoek: Bog? Wie is Bog? Checker: Woont hoog in de hemel. Al driemaal gezien. Een naakte globus vol bloed. Met elf ogen, gesneden en gevild. Totaal aziatisch en hypermalad. In een gevechtsmachine uit lood. Versteend glotst hij op ons neer. Wij zijn de bloedigste van z'n bloedige dromen. Koekoek: Je wil hem vreten? Checker: Clever, body. Koekoek: Die vis is mijn eigendom. Gevreten wordt hij alleen door mij. Itai: Geef hier! Checker: Checker moet wat in z'n buik. Itai: Dan heeft hij geen indikator meer. Checker: Zijn probleem. Itai: Wij hebben hem allemaal nodig. Checker: Jullie! Checker niet! Koekoek: Hoe? Checker: Omdat hij twee zuipcheckers heeft. Itai: Interesante stand van zaken - Koekoek: Je vreet mijn vis niet op. (Checker wil in de vis bijten. Koekoek fluit de rattentoon: Checker werpt de vis in het watergat. Koekoek tot Itai:) Daar, hij is springlevend. Drink! Checker: Indi is toxi. Koekoek: En om te vreten was hij okay? (Koekoek en Itai lachen.) Checker: Wilde 'n oorlog, stuk kots?! (Checker checkt terzijde Koekoeks bloed. Itai drinkt water.) Koekoek: Zonder Indi was ik ex. Itai: Van waar is je drinkbaarheidsattest? Koekoek: BA Hessen Vier, vroeger Darmstadt. Itai: Uit 't bewoonbaar areaal? Koekoek: Ja, daar achter de heuvels. Ga ik naartoe. Tot aan de muur. Itai: Geen Mg's? Koekoek: Ze kennen Koekoek met de paraplu. In heel 't BA geen vogel meer. Daarom zong ik daar bijna dagelijks. Officieel toegestaan. Koekoek! Koekoek! Koekoek! En schreeuwde: vergeet de boekvink niet! Roerdomp! Nachtegaal! Spotlijster! Sijsje! En vol met kinderen, de hele muur. Blond en bescheiden. Volledig doorgecloond. Daar kwam dan altijd wat van boven. Een sojasteak, een pekelreep - Itai: Helemaal tegen de regels. Koekoek: O jee - Die streek is nu ook kapot. Tot Darmstadt alleen korstmossen en hard gras. Exe konijnen, hagedissen, muizen. Eindeloze verte van dood en verwoesting. Dikwijls stinkt 't tot hier. Doodsgeur. Chemieshit, verval, verderf, stank. Ja, naar Darmstad gaat niemand meer - Itai: Fallout? Koekoek: Komt met de noordenwind. Itai: Van waar? Koekoek: Dat weet je nooit. (Koekoek staat recht en kijkt gespannen in de verte.) Itai: Eh, wat glotste? Koekoek: Hoe de vlam staat. Itai: Welke vlam? Koekoek: Het brandend oliemeer. Sinds de grote katastrofe. Nu draait ze! Kipt naar't zuiden! Noorderwind! (Koekoek gaat onder de geopende paraplu zitten.) Itai: Vlam, die naar 't zuiden kipt - Koekoek: Ja, daar kort voor d'horizon. Itai: Niks te zien. Alleen donkere sluier. Zo'n zwarte wand. En de glotsies branden. Oh, hoe het brandt! Checker, ik kan de vlam over 't oliemeer niet zien! (Checker neemt Itai's hoofd tussen zijn benen.) Wat is er? Checker: Glotscheck. (Checker trekt Itai's oogleden omhoog:) Stralingsblindheid. Itai: Zijde balla? Checker: Daar boven is d'ozon naar de kloten. Shitsonne knalt d'r vol door. Als 'n messteek in de glotsies, body. Ultraviolette verbranding. De eyeballs kunde afschrijven, boy. (Checker geeft Itai een brutale oorvijg.) Itai: Eh, waarom slaade mij? Hou op! Checker: Omdat ik niet op 'n blind beest wil rijden! (Zwijgen. Checker kijkt naar de vlam.) Koekoek: Zie jij de vlam? Checker: Kipt naar 't zuiden. Koekoek: Dan komt de dood! (Koekoek gaat op zijn hurken onder de paraplu zitten en bootst vogelstemmen na.) Checker: Eh, zijde balla? Koekoek: Ik moet de vogelstemmen redden! (Koekoek gaat naar de berg schoenen. Terwijl hij praat, haspelt hij twee strengen herinneringen door elkaar, en Checker en Itai lachen zich dood.) De dode bomen daar waren eiken. Ze leefden lang. En beuken, elzen, sparren, dennenbomen. Daar tot aan de horizon was alles groen. En er waren vogels. Honderden vogels. Wat valt er te lachen? Heel het landschap was clean en groen. Zo was het. Vroeger. Echt. Tot de katastrofe - Daar, glots die sloffen! Ze kwamen allemaal hier voorbij. Nog weken daarna. Een eindeloos lange stoet van mensen. Die turnschoen hier droeg zijn kind op de schouders. Zijn huid was zwart en hing in flarden neer. Zwarte flarden van gezicht, buik en handen - Je leefde graag. Iedereen. Ook ik. Ook ik was okay met mezelf en met de wereld. Ja, zo zou ik het willen zeggen. - En het kind hield van de pijn de armen omhoog, als droeg het iets onzichtbaars- Zoveel tevredenheid was natuurlijk geen toeval. Ik had ook een droom van een beroep. Was op heel de Rijn thuis. Van Basel tot Amsterdam toonde ik de mensen de grote, oude noodlot-stroom van de geschiedenis van 't avondland - Die halfschoenen hier zakten plotseling ineen, bleven liggen, stierven aan de rand van het trottoir. - Ja, vadertje Rijn, grote noodlot-stroom! Er was een rijnstomer - Als ik me niet vergis - Bekoorlijke tochtjes - Zegden wij het niet zo? - Bekoorlijke tochtjes op de rijnstomer - Ja, eerst op de rijnstomer dan op de vleugelboot - Ze trok een handkar achter zich aan, waarop drie dode kinderen lagen - Die droombootatmosfeer! De uitstapjes op het land! Het kapiteinsdiner! En ik als reisgids altijd erbij! - Oh, ik zie ze nu nog voor mij! Ze trokken als zombies aan mij voorbij, helemaal niet als mensen van deze wereld. Ze waren allemaal verdoofd en verward. En bewogen zich stom, als automaten - Ook als je niets gebruikte, was je een altijd welkome gast. Voor onze kleine gasten bijvoorbeeld, hadden wij speciale aanbiedingen - Bloedingen zonder stolling, splinterfracturen, vleesscheuren, lopende ogen - We aten altijd op het zonnedek. Met uitzicht op het wisselende prentenboek-landschap. Ja, en wat zagen we? Wat zagen we vanuit onze droomboot? - Ze gingen stom aan mij voorbij, om ergens op het veld daar te sterven. - Oeroude kulturen, historische steden, monumenten uit alle tijden - Meingott, Anna - Haar bruine laarsjes afgezoomd met pels - Haar hele lichaam was purperrood, de rechter kant half opengereten - Ach, wat weten jullie van de Rijnstemming? En wat van de diepe ongestoorde slaap?- Ze had helemaal geen haar meer, geen wimpers, de wenkbrauwen ontbraken - Zacht gewiegd door de oude vader. En altijd weer die Rijnwind! Waaide om de van sagen omweven Loreley. Waaide om de majestatische Drakenrots. Waaide in Boppard, de nostalgische parel aan de Rijn - En haar hoofd, haar arm, arm hoofd! zag eruit als een gekookte kip - Ja, de kwintessens van de romantiektocht! Zo was het allemaal vroeger, precies zo. Toen was ik op de hele Rijn onderweg. Op rijnstomers. Jupp, de reisgids van de Rijn. De bekendste! En later op de snelle vleugelboot - Ja, zo was het werkelijk - Als ik er zo over denk - Zo zou het geweest moeten zijn. Een onvergetelijke, wonderbaarlijke wereld. Checker: Natte eyeballs, hahaha! Koekoek: Ach ja, de goede, oude tijd - Checker: Glots, hij heeft 'n aureool! Hokt al half in 't jenseits. Alleen van heel ver zijn stem: Hier is Jupp, jullie opperhoofd! Spreekt zijn grote woord tot de doden. Boehoeoe! Boehoeoe! Boehoeoe! (Koekoek gaat opzij. Checker en Itai steken de hoofden bijeen:) Itai: En, zijn bloed gecheckt? Checker: Stomme vraag. Itai: Hoeveel kontas heeft ie? Checker: 38 Itai: Maar 38? Checker: Alleenabit lood, spoor arseen, paar sulfaten, herbiciden - Itai: Verkeerd gecheckt. Checker: Wat denkte wel?! Itai: Okay, een biologisch wonder. Checker: Direkt zuipte j'eigen bloed! (Zwijgen. Checker huilt) Itai: Zeg es, huilde? Checker: Hoeveel kontas heeft de Checker? Itai: Nul. Checker: Hoe? Itai: Je body stoot toxis af. Checker: Wilde kett?! Itai: Hebde gezegd. Checker: Kan iedereen zeggen. Itai: Wel, hoeveel? Checker: Meer dan de shitter. Oh, Bog! Altijd heeft de Checker pech - Itai: Ja, die zal ons alle twee overleven. Checker: Wedden van niet? Itai: Hoe? Checker: Versvlees. Itai: Die taaie, oude bok? Checker: Uitgegroeid stuk man. Checker is geil op de nieren. Stade d'r ook op? Itai: Niet absoluut. Checker: Volle dijen, eh? Itai: Jammer genoeg glots ik ze niet meer. Checker: Glotste helemaal niks meer? Itai: Bijna nul. Checker: Oh Bog, wattamess! Itai: Kunde wel zeggen. Checker: Hoe komt Checker nu naar Xanten? Itai: Dragen kan ik je nog. Checker: Weete dan, waar dat je loopt, shit? (Checker gaat naar Koekoek, die naar de vlam kijkt.) Wel body, wat glotste nu weer? Koekoek: De wind is terug naar 't westen gedraaid. Checker: Dan hier met de paraplu! Koekoek: Mijn paraplu! Ik heb hem nodig. Checker: Mis, body. De Checker rijdt naar Xanten. En jij komt mee. Koekoek: Iets beters dan de dood zulde ook in Xanten niet vinden. Checker: Xanten is Xanten! En totally clean! Moet ie je villen?! Je overratsen?! Je d'ex in d'ingewanden doen?! Regenshelter! Koekoek: Ik blijf hier. Checker: Zijde totally balla? Koekoek: Hier heb ik alles. Mijn schoenhuis, mijn plas water, mijn vis. De vlam, of de noordenwind waait. Hier wil ik leven, hier wil ik sterven. Soms ben ik hier zelfs gelukkig. (Checker vult een grote kroes met water en doet de vis er in. Dan schudt hij chemie in het watergat.) Wat doede? Weg daar! Wat doede d'r in? Checker: Daar zuipt de Koekoek nevermore. Koekoek: Hondezeug! Halfdier! Kakkerlak! Checker: Neem kroes en kom. Itai: En ik? Checker: Heeft de Checker niet meer nodig. Itai: Als zuipchecker. Checker: (Koekoek) Kom! Itai: Ik kan je checkzak bukkelen, Checker. Checker: Fuckoff! (Zwijgen.) Itai: Ze hebben mij gekloond. Ze hebben mij geproefbuisd. Ze hebben mij gevoed. Mij gecentralizeerd. Ik was geen genknaller, okay. Maar ze wilden mij. Ze hebben mij geroepen. Dat is de juiste toedracht. Waarom bekommert zich nu niemand om mij? Zijn ze vergeten, dat ze mij riepen? Dat is toch - een overtreding!! Checker: Forward! Koekoek: Alleen als hij meegaat. Checker: Maniakisch, eh? Koekoek: We kunnen hem niet laten hangen. Checker: Waarom niet? Koekoek: Dat doe je niet. (Zwijgen) Itai: Ik wil alles doen, Checker, alles! Checker: Okay, dan rijden we alle twee op jou. Koekoek: Speelt ie nooit klaar. Checker: Hop, d'rop op hem. Koekoek: Waarom eigenlijk? Checker: Wilde grondkontakt? (Koekoek gaat op Itai's schouders zitten, Checker drukt Itai de kroes en de checkzak in de handen, gaat dan op Koekoeks schouders zitten en laat het touw naar beneden hangen:) Maak teugels voor de blinde shitter. (Koekoek legt Itai het touw tussen de tanden en ment hem. Checker opent de paraplu en zingt, terwijl Itai wegdraaft:) In Xanten is de aarde clean! In Xanten is het water clean! In Xanten zijn de winden clean! In Xanten zijn de dieren clean! In Xanten zijn de vogels clean! In Xanten, daar is alles clean! Clean, clean, clean, clean, clean, clean!
III (Oever van de Rijn tussen Mannheim en Mainz. Genetisch ontaard landschap met reuzeveldzuring. Checker en Koekoek komen op Itai aangereden. Checker: Stop, body! Koekoek: Waarom? Checker: Checker moet vreten, vreten, vreten! Itai: Eindelijk. D'r af jullie. Checker: Eerst grondcheck. (Checker geeft Koekoek zijn counter.) Koekoek: Al weer? Checker: Checker kan zich geen gendistroy permitteren. Moet cleane bodies maken. In Xanten. Met 'n heel cleane lul. (Koekoek geeft Itai de counter. Itai wil zich met de last bukken, slaagt er echter niet in.) Itai: 't Spijt me. Checker: D'raf, shitter! (Koekoek glijdt met Checker op de schouders van Itais rug. Itai count de grond, kijkt op de counter.) Na? Itai: Glotsies totally buiten werking. Checker: Hier daarmee. Itai: Waar zijde? Checker: Hier. (Checker kijkt op de counter en springt af. Koekoek neemt hem direkt de paraplu af en verbergt er zich onder. Op zoek naar wat eetbaar is, checkt Checker de omgeving: Hij draait een dode muis met de voet om, count ze, kontroleert kevers, grassen en moeraskorstmos.) Koekoek: Glots daar! Itai: Wat is er daar? Koekoek: Een veldzuring. Itai: Voor drie? Koekoek: Manshoog. Itai: Geloofde zelf niet. Koekoek: Genetisch ontspoord. (Checker count de veldzuring. Tot Koekoek:) Checker: Vreetcheck. Koekoek: Hoeveel heeft ie? Checker: Not important. Koekoek: Laat zien. Checker: Vreet! Koekoek: Neeneenee, ik wil er niet aan. Niet op zo'n verschikkelijke manier. Weg met die klauw, drekkige snot! Ik wil niet sterven! Niet zo! Checker: Bij atomshit draait ie totally door. Fuckoff! Itai doet de check. Was maar 'n joke. (Koekoek rent weg en kruipt onder zijn paraplu.) Itai: Hoe, een joke? Checker: Versvlees blijft clean. (Checker breekt een blad af en reikt het Itai aan. Onder het blad zit een meisje in een eenvoudig linnenkleed. Ze hokt in kleermakerszit, heeft het hoofd gebogen, en haar lange haren vallen over haar gezicht.) Hier, vreetmachine. Itai: Is de counter really okay? Checker: (Rammelend met de ketting) Veldzuring is gezond. Koekoek: Hallo! Checker: Yeaaah! Itai: Wat is er? Koekoek: Bezoek. (Het meisje heft het hoofd: haar linker gezichtshelft is chemisch verwoest, de rechter toont dat ze vroeger zeer mooi was.) Bjuti: Wees welkom, voetreizigers uit verre streken! De paraplu van Bog zal zich over jullie openen en de grote Atavar, godin van de pijn en de muziek zal jullie in haar armen nemen. (Checker danst in het rond en schreeuwt:) Checker: Krezzi, krezzi, totally krezzi! Itai: Wie is 't? Checker: Shittige slang. Koekoek: Nee, ze is mooi. Checker: En de wratten? Daar, daar, daar, daar, daar! That turns her into a thikoloish! Bjuti: Dauwdroppeltjes zijn 't. Checker: Dauwdroppeltjes, haha! Bjuti: Ja, dauwdroppeltjes, als de zon ontwaakt. Op een vroeg rozenblad. Daar, glots, hoe mooi! Zie die huid, het zuivere voorhoofd van de engelen! Ja, ik ben aan verre hemelen gewijd! Ik ben mooi! Eh, waar blijft de kwatsch, fuck? Zo mooi, dat men diep aangegrepen neerknielt. Checker: (spottend) Een echte Bjuti. Itai: Waar zijde, Bjuti? Bjuti: Vreemdeling, ik groet je! Je noemt mij Bjuti? Okay, boy, okay! Maar weet, ik heb vele namen. Julie kunnen mij Flora, Julia, Roma noemen. Laat je omarmen! - Eh, wat is er? Itai: Securityafstand. Bjuti: In welke kilte leef jij? Kom, allemaal, laat jullie allemaal omarmen! Checker: Eh, krezzi loops, die mamala! Bjuti: Ik heb voor jullie de lente meegebracht. Checker: Wat 'n ding? Bjuti: Lente, dat was, als alles begon te bloeien. Kom, we gaan door 't bloeiende land. De wouden zijn groen, de velden, de weiden - griffels van de tetten, zak! - groen en met kleurige bloemen bestikt. De lucht is vol seringen- en viooltjesgeur, en de hemel spant een blauwe boog. Koekoek: (dweept) Seringen- en viooltjesgeur! (Itai houdt zijn handen voor zijn oren:) Itai: Neeneenee, ik wil niets horen. Overtredingsshit. Checker: Smoel! Go on! Bjuti: We treden in een Buchenwald met nieuw, fris lentegroen, vullen het hoofd met de stemmen van de vogels - (Koekoek bootst, tot het einde van de passage, vogelstemmen na.) knielen neer op dronkergroen korstmos en kijken op naar de hoge bomen. Hoe de twijgen bolstaan van jonge bladeren en knoppen ! (Bjuti rukt Itai's handen van zijn oren:) Van knoppen bolstaan, is dat niks, stuk kots?! En we leggen de armen om een berk, omhelzen hem, drukken hem aan de borst, rillend van geluk en dol van vreugde!! Oef, wat 'n zin! Ja, zo'n lente in toverkleuren. De blauwe anemonen, de diepgroene klaver, de witte wouden der kersebloesemtijd - Koekoek: Ja, witte wouden der kersebloesemtijd Itai: Finito! Finito! Finito! Finito! Bjuti: Eh, hebde 'n klap? Itai: Ik wil niet weten hoe 't vroeger was! Bjuti: Als je niet weet wat er vroeger was, weete ook niet wie je bent. Checker: Eh, Bjuti, wat doede hier? Bjuti: Ik hoed de vuursalamander. Glots hier, in mijn rechter, glots! En de citroenvlinder in mijn linker hand. Koekoek: Citroenvlinder - ! Bjuti: Daarbij - kamperfoelie, ridderspoor en vergeetmijnietje. Topalfa, eh? Koekoek: Ja, ridderspoor en vergeetmijnietje - ! Bjuti: Geen angst, er komt nog beter: de zonnerozet in de zwarte steen - de halve-maankleurige drakentroon en - het geluidloos stampende hart der wereld - Wel? Yeahyeah, ik ken ze nog allemaal! Zo 'n woorden mogen niet exgaan, bodies! Ik graaf ze op uit alle shit. Ze zijn - secondo!- bont stof, die van zeer verre sterren valt. Checker: Totally schizo, die mamala! Koekoek: Bjuti, wat heeft je naar hier gebracht? Bjuti: Mijn ziel, die mij gezegd heeft: ga! Checker: Weldra zuipte j' eigen bloed. Bjuti: De ziel weet dat. Ze moet het weten. Checker: En je stinki vlees? Bjuti: Ook ik zie soms de treurwilgen met stromende tranen aan de oever van het beekje staan. Ik zie haar hangende armen en haar van pijn vertrokken mond. Haar ogen liggen diep in de oogkassen en hebben aan glans en leven verloren. - En, zijde stoned, wat ik in de globus heb? - Oh lieve hemel, het is lang geleden dat ik van de beek een lachen hoorde! Ik hoor de wilgen maar zeer stil ademen, onmerkbaar, nauwelijks voelbaar. En kreunen dat me het bloed in de aderen stolt. Zo kreunt het en steunt het in mijn hoofd. En ik begraaf het diep in m'n armen. En armen en hoofd nog dieper in mij. Want dan quillt de totale shit in mij omhoog, onstuitbaar, en ik - snak naar lucht en - secondo, direkt ben ik d'r! - En de angst voor de shit wordt groter en groter. Hij groeit en groeit en overstijgt elke maat. Thats it, bodies! Maar voor ik in mijn giftige lichaamssappen verdrink, schenk ik mij deze rustige muziek - (Bjuti laat haar lange haren over haar gezicht vallen, buigt voorover en zit onbeweeglijk. Plotseling, men weet niet waar vandaan, weerklinkt een Mozartmelodie.) Checker: Al lang niet met de staalbuis geneukt, eh? Bjuti: Geef mij je twee handen. Checker: Waarvoor? Bjuti: Ik ben vol vibraties. (Checker steekt zijn handen naar Bjuti uit:) Checker: Krezzi iksion. Bjuti: Alle twee. Checker: Je geeft ze niet alle twee. Bjuti: Alleen als je ze hebt. (Checker draait zijn rechter lichaamshelft naar haar toe:) Checker: En daar? Bjuti: Niets. Checker: Je wil Checker 'n grijper wegnemen? Glots, daar is ie! Pakt, catcht, houdt, grijpt, zwaait. Niks krom d'r aan, geen magie! Daar, kijk de shadow! (Checker laat zijn beide armen zwaaien. De linker werpt een lange, zwaaiende schaduw.) Bjuti: Yeah, boy, de schaduw van de linker. Rechts is niks, niks niks! Koekoek: Die clownt zich al eeuwig iets voor. (Checker laat zijn arm boven staan en staart naar zijn schaduw.) Checker: Itai heeft dit niks gekust. Bjuti: Net zo balla! Checker: Eh, smikkel je veldzuring! (Itai eet de veldzuring) Problemen? Itai: Geen. Checker: Geef! (Checker en Koekoek eten veldzuring. Bjuti trekt een blad af en reikt het Itai aan, die met lege ogen in de verte staart:) Bjuti: Take it! - Eh, body, zijde d'r niet helemaal bij? - De treurboom staat groot en onbewogen - ( Bjuti drukt Itai het blad in de hand, Itai beweegt niet.) Je been is ex? Itai: Itai-Itai. Bjuti: Dan worde kleiner. Itai: Je lacht? Bjuti: Ten slotte kan ik je in m'n tasje doen. Kijk, in dit nest! (Bjuti toont Itai haar geslacht:) Kijk toch, hier! (Itai kijkt langs haar heen. Om hem op te vrolijken varieert Bjuti het volgende rijm meermaals, daarbij verschillende grappige personen spelend:) Dit nestje van de kleine Itai vol en als hij wegvliegt, is het hol! Koekoek: Zinloos. Bjuti: Hoe? Koekoek: Hij is blind. Bjuti: Daarom dit graf van stilte. (Itai neemt zijn hoofd in zijn handen:) Itai: Maar hierbinnen hamert het en dreunt het. Bjuti: Ik zou blind willen zijn. Itai: Hebde 'n hersenscheur? Bjuti: Dan moest ik de hele shit hier niet zien. Itai: Ik zie hem toch. Bjuti: Bluffer! Itai: Omdat ik vroeger gezien heb. (Bjuti verbergt angstig de kapotte helft van haar gezicht:) Bjuti: Maar wat nieuw is, ziede niet? Itai: Nee. - Zijde echt mooi? Bjuti: Poten hier. (Bjuti grijpt naar Itai's hand, maar hij trekt hem terug:) Itai: Niet tatschen!! Bjuti: Hier mag aanraken, wat liefde zoekt. Checker: Smoel! Nu is 't genoeg! Koekoek: Laat ze spreken! Checker: No, eerst 'n stoot! Bjuti: Wie ben jij, vreemde man? Checker: Hij is de Checker. Bjuti: En wat wil jij? Checker: Checker wil checken. Bjuti: Je wil mij - bekennen? Checker: No, alleen 'n fuck. Koekoek: Is jou niets heilig? Checker: Spleten heilig? Koekoek: Laat ze, halfbeest. Checker: Steekt zijn lul niet in goden! Bjuti: Kom, mijn geliefde! Waarop wacht je? Misschien is het de laatste keer. (Terwijl Checker haar bespringt, spreekt Bjuti glimlachend:) Buh, wat zetten jullie voor boze gezichten! Stroop af dat pijnlijke masker van angst. Eh, super: pijnlijk masker van angst! Kom tot mij, neem het wenende hoofd uit de handen! Kom, jullie die in schaduw en - eh - asse leeft! Verhef jullie, werp het kruis af! - Nee! Werp het kruis van de schouders! Kom, wees niet meer je eigen graf! Dat is 't, precies dat? - Heel stressi, that position! Sta op, ontvouw jullie vleugels! Het zwart van de nacht hebben jullie maar gedroomd. En ook - eh - de doodslelies in het treurveld van jullie dagen - doodslelies in het treurveld van jullie dagen: Vandaag ben ik werkelijk in vorm! En vergeet de lange, donkere tijd! Ja, leg de geur van de gevangenschap af! Zie, het is een stralende dag! Okay, boy, okay! Ach, nachtvlinders waren we al te samen! Yeah, zwarte rozen in donkere nacht! - Oh, watta fuck! - En hebben toch - enorme hoeveelheden van tedere glimlachen! Great! Gevoelens van onvergelijkbare fijnheid! Een ruikertje van bijna onbegrijpbaar geluk! Oef! - Come on, boy, come on! - Ach, dat het nooit voorbij mag gaan! Hoe hou ik de vluchtende tijd op? (Checker sluit zijn gummipak:) Checker: En, sister, is de Checker okay? Bjuti: Wij dragen in ons kiemen van alle goden. Checker: Wat wilde zeggen? Bjuti: Ach, Checker - Checker: (Itai) Kom, genknaller, doe 'n schot! Itai: Niet zonder paringsgeschiktheidsattest. Checker: Ha, vermoed: geen takeoff! En jij? Is ie uitgemolken? Koekoek: Poten af! Checker: Ja, Bjuti, pech. Bjuti: Maar nee! Nu ben ik helemaal gehuld in sehnsucht naar jou, boy. Zeer ver en in zware dromen verloren (Zwijgen. Bjuti huilt.) Itai: Eh, Bjuti, huilde? Checker: Ze verheugt zich over haar schoonheid. Koekoek: Mens, je bent gewoon walgelijk! Hoe kwaamde naar hier? Bjuti: Daar, op het vlot! Checker: Een vlot! Een vlot! Koekoek: Een vlot. Itai: Een vlot! Checker: Een vlot, een vlot! We hebben 'n vlot!!
IV Het vlot is minstens zo groot als heel het toneel, het kan echter ook groter zijn. Achteraan rijst het stuurroer schuin omhoog: een reusachtig, plomp stuk hout. Het toneelbeeld zou iets archaïsch, boventijdelijks moeten hebben. Geen realisme! Aanvankelijk is de ruimtelijke afstand tussen de akteurs zeer groot. Hij vermindert in die mate dat zij hun aanrakingsangsten verliezen, samenkomen, solidair worden. Globaal gezien vindt er in het tweede deel een tegengestelde ontwikkeling plaats: De enkelingen smelten samen tot een oerhorde, ontdekken hun menselijkheid, bouwen een solidariteitsgemeenschap. Gelijktijdig takelen ze echter lichamelijk af, komen ze meer en meer de dood, het amorfe nabij, tot aan de thalassale regressie. Op het vlot tussen Mannheim en Mainz. Nacht. Bjuti, Itai en Checker slapen. Koekoek staat aan het roer. In de verte huilt een hondemeute. De GROTE TAMTAM trekt voorbij. Koekoek stort neer en krimpt bij iedere vijfde slag ineen. Dan gaat hij naar de kruik, neemt de vis er uit, drinkt water en eet de vis half op. Hij steekt de rest van de vis weg en maakt Checker wakker. Koekoek: Eh, man! Checker: Wat? Koekoek: Jouw beurt. (Checker gaat naar het stuur. Koekoek slaapt. Checker heeft een hoestaanval: bloed gutst uit zijn mond, hij probeert het met de handen op te vangen, maar het veiligheidspak wordt rood op de borst. Bjuti ontwaakt en ziet hoe Checker vertwijfeld zijn best doet om de bloedvlek te verwijderen. Bjuti tast haar lichaam af:) Bjuti: Goede morgen, dauwdroppeltjes! Zijn jullie er nog? - Ja, we zijn er. - En jij, dood? - Jullie hebben mij dus nog niet verlaten - Bog, wattamess! (Bjuti betast in de volgende passage herhaaldelijk haar buik.) Checker: Jubelfase voorbij? Bjuti: Fuckoff! (Zwijgen. De hondemeute huilt dichterbij.) Roofhonden. Achtervolgen mij al eeuwig. Checker: Hoeveel? Bjuti: Eerst 'n paar dozijn, nu nog maar vijf. De anderen gingen bij Stuttgart ex. Dioxine-zone. Glots, daar zijn ze! (De hondemeute huilt nu dichtbij.) Checker: Eh, vreetvijanden! Schurftig vee! Shabbi and Shaggi! Laat de scheurders maar zien! Yeah, knor in 't donker. De Checker maakt jullie allemaal ex! Hahaha! Totaal maniakish, kijk! Jagen de Checker zo vele nachten op. En hij hen - (Checker drukt het roer naar de kant: het hondegehuil verwijdert zich.) Checker: Hoe hebde toch dat reuzending gestuurd? Bjuti: Gewoon laten drijven. Checker: Waard' al es van voren? Bjuti: Daar kletst de hele chemie aan boord. (Zwijgen.) Checker: Sister, waar komde eigenlijk vandaan? Bjuti: Ulm. Checker: Moordend biotoop. Bjuti: Hypermalade horrorshow. Checker: A plastic, gummislobberige fuck! Bjuti: Ulm is de shittigste shittershit! Checker: It turns you into a weeping zombie! - Go on, my little mockingbird, go on! Bjuti: Nee! Nee! Nee! (Itai en Koekoek worden door de schreeuw wakker.) Koekoek: Hé, Bjuti? Itai: Is ze mesjoch? Bjuti: Als ik zo denk, ben ik verloren! Dan welt in mij een tranenvloed! En deint! En hamert tegen mijn ogen! Als zo'n branding aan een klif! Dan ben ik weer in 't donker land! Grafdiep verloren in 't zwarte ijs. En over mij exe drakenvliegers, de lijkenvleugels wijd uitgespreid. Totaal maniakish, zo'n biotoop! Nee, ook jij zal mij niet in'n rouwfloers wikkelen, ook jij niet! Ik hou niet van de grauwe lakens! En ook niet van de vochtige, zoutige kussens! Checker, jij fuckt mijn brain no more! Never! Checker: Drakes and snakes, watta mamala! (Kort zwijgen.) Checker: En waarom zijde in't onbewoonbare, sister? Bjuti: Ik heb in oude boeken gelezen. Itai: Overtreding van het achtste gebod! Koekoek: Oude boeken krijg je niet meer. Bjuti: Om kapot te maken wel. Itai: Memory-distroyer? Bjuti: Boeken, afbeeldingen, fotos, oude dokumenten. Alle memories hebben wij verbrand. Koekoek: Een rot beroep. Itai: En waarom hebde gelezen? Bjuti: Misschien omdat 't verboden was. Hersenscheurige prikkel! Dan werd ik verslaafd. Aan oude woorden, afbeeldingen, verhalen. Aan stemmingen, fantasieën, gevoelens. En sper nu jullie klankgaten open: ik was één groot verlangen en smachten, één terugvloeien in het verleden! Dat is 'n zin, eh? Als 'n uitgestrooide ster in 'n eindeloze nacht. Ja, ik wilde alles over ons weten en verslond het verleden als - als een hongerbrood! Ha, vandaag ben ik toch really in vorm! Checker: Brainkots! Bjuti: Het was in 't jaar na de drinkwaterkatastrofe. De orgaanjagers waren nacht na nacht onderweg. In 't exe hart van de stad Ulm sneden zij de mensen het vlees uit het lijf. Slachtorgieën in de duisternis. Ik zag ze niet, ik had mijn boeken. Ik sprak ook niet meer. Maandenlang sprak ik geen woord. Ik schaamde me voor onze woorden. De hele shitandskitandfuck! Het waren mooie dagen en weken in Ulm. Ik las met koortsig, bonzend hart, tot heel het heden verdween. Zozeer vergat ik de - eh - pijn der tijd, dat ik eerst ontwaakte als ze mij kwamen halen. Als ze mij vastnamen, glimlachte ik. Ik had juist in bio vijf onder de koepel aan het kunstmatig meer een boek met gedichten over bos en hei gelezen. Ik was superieur aan hen. - Oef! Oh, die fuckkloterige zombies! (Langer zwijgen. Bjuti pakt haar buik vast.) Checker: Sister, wat friemel je daar altijd? Bjuti: Mijn buik wordt dik. (Checker bevoelt haar buik, danst dan om in 't rond en schreeuwt:) Checker: Waar? Bjuti: Daar! Checker: Whoow! In de buik is 'n nieuwe body voor Xanten. In de buik is 'n nieuwe body voor Xanten. In de buik is 'n nieuwe body voor Xanten. In de buik is 'n nieuwe body voor Xanten. In de buik is 'n nieuwe body voor Xanten. (Checker pakt Itai bij de benen en sleept hem over het vlot. Itai schreeuwt van pijn. Koekoek verspert Checker de weg.) Koekoek: Hehe, wat doede? Checker: Ballast wegwerpen. Koekoek: Waarom? Checker: Checkers baby in de buik heeft power nodig. Koekoek: Iedereen heeft power nodig. Checker: Voor iedereen is er niet genoeg te vreten! Itai: Koekoek weegt hondertwintig pond. (Kort zwijgen.) Koekoek: Daarom hebde mij meegenomen - Itai: Nog voor Xanten zal hij je slachten. Koekoek: Daar zijn er twee voor nodig. (Checker trekt zijn mes:) Checker: Aan 't roer! (Koekoek gaat aan het roer. Checker pakt Itai weer.) Itai: Help me! Koekoek: Ik moet - de vogelstemmen oefenen. (Koekoek bootst vogelstemmen na. Checker sleept Itai verder:) Checker: Come on! Time for dying! Wat schreeuwde? Something wrong with you today? Itai: Gevoel, als honderd steken met 't naif! Checker: Waar? Itai: Hier! En daar! En overal!! Checker: Zenuwscheuren. (Checker trekt, Itai krimpt schreeuwend samen. Lachend:) Kijk, hij krimpt! Koekoek: Hij lacht, de drek. Checker: Body, de echte drek ben jij. Koekoek: Ik? Hoe ik? Checker: Omdat je voor ons geboren bent. Of zijde geen twintigste-eeuwer, eh? Clever is de Checker, clever! (Koekoek bootst vogelstemmen na. Bjuti verspert Checker de weg:) Bjuti: Hij heeft jullie drie dagen gedragen. Checker: Direkt maakt een Checker een Bjuti ex. Bjuti: Checker, mijn angst is opgebruikt. Checker: Er kommt geen mensenschroot naar Xanten! (Checker heft het mes, Bjuti rukt haar kleed open en biedt haar naakte buik aan:) Bjuti: Okay, steek dan je baby ex! Checker: Geen mensenschroot! Bjuti: Steek, shitter, steek! (Checker vecht met zichzelf, afwisselend heft hij het mes en laat het zakken:) Checker: Lief is de Checker - Mensenschroot! - Lief is de Checker - Mensenschroot! - Lief is de Checker (Checker laat het mes vallen, houdt zijn oor aan Bjuti's buik, streelt hem, danst en heft uiteindelijk zijn armen ten hemel:) Lief is de Checker, lief! Lief is de Checker, lief! Lief is de Checker, lief! Lief is de Checker, lief! Oh, Bog, vergeef de Checker! Bog vergeef! (Zwijgen) Itai: Geef me water. Bjuti: Indi is weg. Itai: Checker!! Checker: Is er iets? Itai: Je hebt Indi opgevreten. Checker: Wilde d'ex in d'ingewanden? Bjuti: Checker, waarom hebde dat gedaan? (Itai sleept zich moeizaam naderbij:) Itai: Hij heeft Power nodig voor Xanten, zegt ie. Vreten maakt zijn body immuun. Hij wil clean zijn. Diep onder de deathstreep. Diep, de hondezeug, diep, diep! Bjuti wijst naar de bloedvlek op Checkers borst:) Bjuti: Ha, en dat daar? Checker: Golvenschuim, rot golvenschuim! Bjuti: Checker, je hebt de dood in je. Checker: Smoel! Bjuti: Dat drijft die haat in je naar boven. Checker: Smoel, zegt de Checker, smoel! Koekoek: En verslijt heel erg de visage. (Checker verbergt zijn gezicht in zijn handen. Stil, paranoïde:) Checker: Rot! Rot! Rot! Rot! No, Checker is clean, not bladdy, bladdy, bladdy, bladdy, bladdy! Oh watamischief! Oh, watamess! Itai: Wie weet nu, of het water clean is? Koekoek: Alleen Checker. Itai: Hoe? Koekoek: Omdat hij drie zuipcheckers heeft. Itai: Denkt ie - ! Koekoek: Precies. (Itai grijpt naar Checker, vindt de ketting, richt zich met veel pijn op, zwaait de ketting, om Checker te treffen: grote, archaïsche pose van geweld. Bjuti loopt onder de ketting en sust Itai:) Bjuti: Ik ben 't Itai, je Bjuti! Laat de kett, je treft hem niet! Itai, Checker steekt met 't naif! Kom, laat vallen, hoorde niet?! Come on, body, fuckoff de kett!! (Itai laat de ketting vallen, staat te huilen:) Itai: Nu hebben we geen indikator meer - (Koekoek stopt heimelijk de rest van de vis in z'n mond. Checker bemerkt het. Tot Bjuti:) Checker: Glots daar! (Koekoek verstart: de staart van de vis kijkt uit zijn mond.) Bjuti: Koekoek! Itai: Was is er? Bjuti: Koekoek vreet de vis. Koekoek: Die vis is mijn eigendom. Checker: Daar, glots de twintigste-eeuwer! Glots, hoe hij zijn eigendom vreet!
V Het vlot ter hoogte van Mainz. Koekoek aan het roer. Itai ligt onrustig, woelt van de pijn, kreunt. Checker checkt Bjuti's bloed. Itai: Water, water, ik heb water nodig! Bjuti: (Koekoek) Zuipcheck! Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Bjuti: Eh, zijde doof? Koekoek: Tschiptschiptschip! Bjuti: Checker, je baby heeft clean water nodig. Checker: (Koekoek) Come on, body! Koekoek: Nee! Checker: Jij hebt Indi geslikt. Koekoek: Mijn Indi was het, de mijne! Checker: Body, take de kalabash - Koekoek: Nee, niet ter hoogte van Mainz! Checker: Zijde brainsick? Koekoek: Hier straalt alles. Checker: Wat wil dat zeggen? Koekoek: De plaats van de grote katastrofe. Koekoek! Koekoek! Koekoek! Ik moet de vogelstemmen redden! Laat me! Checker: Zuip! Of - Koekoek: Over mijn lijk. Checker: Bog zal je straffen. (Checker drinkt een slok water:) Voor de nieuwe body in Xanten - (Checker legt zijn hand op Bjuti's dikke buik:) En, is de lieve Checker lief? Bjuti: Zeer lief is ie. (Bjuti omarmt Checker, Checker bevrijdt zich:) Checker: Sister, je drukt ons baby ex. Slurp! Its clean. (Bjuti drinkt, geeft dan Itai te drinken. Koekoek rukt Itai de kruik uit de hand en drinkt hem leeg:) Koekoek: Stop! Dat is van mij! Bjuti: Die zuipt h'm leeg. Koekoek: Ik heb d'r recht op. Bjuti: Wat zijde toch voor 'n mens? Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Bjuti: (Itai) Hebde nog veldzuring? Itai: Alleen voor mezelf. (Bjuti plukt een waterlelie en geeft ze aan Itai:) Bjuti: Hier. Itai: Wat? Bjuti: Een waterlelie. Itai: Waarom? Bjuti: Zomaar. Itai: De veldzuring krijgde toch niet. Bjuti: Okay, okay! Itai: Welke kleur? Bjuti: Geel. Geel met zwarte vlekken. Die ruikt, Itai. Snuffel eens. Koekoek: Nee! Bjuti: Is er iets? Koekoek: De zwarte vlekken. Checker: Laat hem snuffelen. Koekoek: Algengif gaat naar de longen. Itai: Hebde ze me daarom geschonken? Bjuti: Oh, body, wat moede ongelukkig zijn! (Itai werpt de lelie ver weg op het vlot. Bjuti raapt ze op, snuffelt er aan en zingt:) Ich kam zur Welt, als die Rose starb, Checker: Break! Koekoek: Laat ze zingen! Checker: Never! Maakt zichzelf voortdurend wat wijs! Kotst brainshit uit. Rommelt maar wat met de vergifshit! En het gaat haar o zo goed! Bjuti: Ik kan nog gaan, ik kan nog ademen, ik kan nog glotsen. Dat is veel. (Checker rukt haar de lelie uit de handen en werpt ze in de Rijn:) Checker: Krezzi speech! (Zwijgen. Bjuti bekommert zich om Itai.) Bjuti: Nog pijn? Itai: Overal. Bjuti: Je moet eten. (Itai neemt veldzuring uit de tas en eet. Bjuti probeert, zonder sukses, er een beetje te pikken. Ze wijst naar Itai's rug:) Wat zijn dat voor striemen? Itai: Nevengevolgen als tredmolentrapper. Bjuti: Hebben ze je geslagen? Itai: In de Orde gebracht. Bjuti: Wat bedoelde? Itai: Soms trapte ik niet in de maat. Bjuti: Arme Man van Smarten - Itai: Dat groeit toe. (Kort zwijgen. Bjuti strekt haar arm naar de veldzuring uit.) Wat wilde van mij? Bjuti: Waarom vraagde dat? Itai: Je bent plotseling zo positief - Bjuti: Ik mag je graag. Itai: Wat valt er dan te mogen? Bjuti: Je dode glotsies. Itai: Helemaal mesjoche. (Bjuti steekt de andere hand naar Itai uit.) Wat doede nu? Bjuti: Je laten voelen, dat je bent. Itai: Wat moet dat betekenen? Bjuti: Daar, mijn schaduw raakt je al aan. Itai: Hoepel op! (Bjuti streelt Itai met de ene hand en neemt met de andere hand veldzuring weg.) Bjuti: Je moet week worden. Itai: Waarom? Bjuti: Uit hardheid kan alleen maar iets hards ontstaan. (Checker komt met het reageerglas. Bjuti steekt de gepikte veldzuring in de zak van haar kleed en streelt Itai:) Vergeet je pijn en kom mee. Kom mee in mijn sneeuwwitte winter. We zijn door de stilte buiten ontwaakt en door de schuchtere ochtendglans en zie, het is een witte dag! (Checker houdt Bjuti meermaals het reageerglas voor, Bjuti echter praat als opgejaagd verder.) Checker: Sister, je hebt 'n smerige bloedspiegel. Bjuti: Achter besneeuwde rotsheuvels ligt een vlakte, dan een groot gebergte waarvan de ravijnen sneeuwwit gepolsterd zijn. De bergtop staat in 't vroege licht en de kleine stille vlokken vallen. En die witte verte lokt ons naar buiten - Checker: Eh, je bloed wordt donkergroen! Bjuti: Kom, ga ook jij op mijn slee zitten. We willen in 't witte zwijgen glijden. Kijk, hoe de bomen voorbijvliegen op onze stille sledetocht! Checker: Glots de groene, bladdy shit! Bjuti: Ze dragen zware kappen van sneeuw. En het knistert en knettert in 't woud, alsof duizend wintergeesten zich bewegen. Checker: Kijk, bijna honderdveertig kontas! Bjuti: Fuckoff!! (De hondemeute huilt in de verte. Checker schreeuwt:) Checker: Die mamala hier zal jullie maag bederven!! - Eh, wat is er? Itai: Ik mis een halve veldzuring! Bjuti Stil!! Zie de dampende adem van de paarden! En daar, de ijsvogels, helblauw en wit! We jagen voort in de snelle slee, gehuld in dekens, verzadigd en warm! We jagen voort in de snelle slee, de hele dag door tot laat in de nacht! We jagen voort in de snelle slee, met pels bedekt onder de wiegende maan! - Topsuper, eh? Itai: Nee, vergif voor de hersens. Checker: Daar, glots, je bent totaal besmet. Totally! Bjuti: Ik heb alles van mij afgestroopt: mijn vlees, mijn bloed, heel mijn lichaam. Ik voel niets meer, ben alleen nog adem, geest, heel zuiver. (Checker grijpt haar tussen de benen:) Checker: Echt? Bjuti: Arm dier, die woestenij in jou - Checker: Eh, wilde 'n klitscheur? Bjuti: Swing de hoeven, stuk vuil! Checker: Eindelijk 'n normaal woord! (Bjuti eet stiekem veldzuring.) Eh, wat vreete daar? Bjuti: Niks, niks! Checker: Veldzuring. Interessant! Itai: Geef terug! Geef! Geef! Geef! Bjuti: Nee! Mijn baby heeft power nodig. Koekoek: Bjuti, dat is zijn eigendom. Itai: Ja, overtreding van de bezitsverordening! (Koekoek zet zich plots schrap tegen het roer.) Checker: Eh, zijde balla? Koekoek: Daar! het atoomkruis over 't land! Driestralig, getand en vreselijk! Daar lag Mainz! Checker: Waar wilde naartoe? Koekoek: Naar Wiesbaden. Bjuti: Mainz? Dat reusachtige lidteken in de aarde? Dat was Mainz? Checker: Ha, verzint stadsnamen! Itai: Checker, iedereen heeft zijn tik. Koekoek: Straten vol met mensen waren dat vroeger! Huizen en mensen en auto's en leven. Grote, groene parken! De longen van de stad. Met vele honderden tsilpende vogels! Of heb ik dat maar gedroomd? - Dat is er toch allemaal niet geweest - Anna - in de rode paddestoel - in de vuurstorm - in het vallen van de nacht - in regen van as - En heel, heel erg opgesloten in zichzelf - Checker: Finito met de schizoshit! Koekoek: Schizoshit? Hoorde dat zinderen niet? Daar straalt de oever, het hele landschap! De heuvels, de dalen, alles straalt! Harde stralen, heel harde stralen! Ze schieten in ons week vlees. In de bloedbaan, de longen, in 't beendermerg! Checker: Vooral in 't brain! (Checker springt recht en probeert het roer terug te duwen.) Koekoek: Naar d' andere oever! Direkt komt de fallout! Juist jij kan je geen gendistroy permitteren! Checker: Bemoei je met je eigen shit, shitter! Koekoek: Nee, ik wil niet sterven, niet zo! Niet op die verschrikkelijke manier! Heel haar lichaam was purperrood! De rechter kant half opengereten! Ze ging en ging, ging heen en weer! En iedere beweging van haar deed me pijn! En het viel haar moeilijker! Moeilijker en moeilijker! En ze was afgezonderd van alles en iedereen. Afgezonderd en helemaal alleen. En ze zonk dieper en dieper weg in haar pijn. De ineenstorting was niet meer tegen te houden. Laat me, stuk vuil. (Checker rukt Koekoek het roer uit de hand en stuurt in de tegengestelde richting. Koekoek praat stil en in vervoering:) En dan bleef ze staan. En boog zich voorover. En weer terug. Voorover en terug. En weer en weer en weer en weer. En haar hoofd was als een gekookte kip. Ik wilde spreken, schreeuwen, het ging niet. Heel mijn mond was vol lood gegoten. En ik klauwde de handen in mijn buik, probeerde het vlees van m'n gezicht te rukken. En haar schaduw plooide samen. Voor haar. Achter haar. In haar. In mij. Ja, de schaduwen kwamen en elkaar- Checker: Te laat. Bjuti: Hoe? Checker: Zandbank. (Het vlot strandt op een zandbank: iedereen valt om. Checker trapt de liggende Koekoek:) Gestrand! We zijn gestrand, stuk kots. Nu krijgde je fallout vol d'rop. Koekoek: Alleen als de wind draait! Checker: Atoomshitter! Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! (Een echte koekoek antwoordt dichtbij. Stilte.) Koekoek: Koekoek! De echte koekoek roept weer. Checker grijpt naar het net:) Checker: DAAR! (Koekoek loopt weg van de scène, komt terug:) Koekoek: Weggevlogen. Checker: Klauw open! (Koekoek opent de hand met de platgedrukte vogel.) Really gekilld. Koekoek: Ik moet de vogelstemmen redden. Checker: Hier d'rmee. Koekoek: Ik pluim hem voor jou. Checker: Checker moet vreten! Voor Xanten vreten! Vreten, vreten, vreten, vreten! (Koekoek plukt de vogel en verslindt hem.) Eh, smoel open! Checker rukt Koekoeks mond open en kijkt erin:) Oh, mamala, mamala, mamala, de Checker heeft vandaag 'n minusdag! (Checker werpt het net over Koekoek en snoert het zo samen, dat enkel Koekoeks hoofd er bovenaan nog uitkijkt. Daarbij verliest Koekoek zijn pruik: zijn hoofd is kaal.) Zo, body, wat zegde nu? Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek!
VI Op de zandbank. Een lichtgewelfde zandbank dwars over het toneel. Achteraan is het voorste deel van het vlot op de zandbank geschoven en steekt in de lucht. Daaraan is het net met Koekoek opgehangen, wiens kale kop er bovenaan uitsteekt. Checker, Itai en Bjuti liggen verspreid. Checker en Bjuti slapen. Itai woelt onrustig. Koekoek bootst vogels na. Vroege morgen. Itai: Hou op! Koekoek: 's Morgens moeten vogels zingen. Itai: Not important. Koekoek: Vogels zijn belangrijk! Itai: Maffen ook. Koekoek: Hindert toch niemand. Checker: Smoel, bodies! (Zwijgen. Stil:) Koekoek: Regelingsvoorstel. Itai: Spuw uit! Koekoek: Ik zie af van tschiptischiptischip Itai: Alvast super! Koekoek: en jij geeft mij m'n pruik. Itai: Je hebt'n kale globus? Koekoek: Op mijn leeftijd hebde zulke ongemakken. Itai: Leeftijd, ha! Koekoek: Wat anders? Itai: Jaren in de radioaktive wind. Koekoek: Pas jij maar op! Itai: Wind je niet op. Koekoek: Ik haat die kale kop! Itai, ik ben een liefje van de dood! Een hete, radioaktieve klomp! Ik ben al dood en kan niet sterven! Meingott, elke dag een eeuwigheid! Neeneenee, ik mag d'r niet aan denken! Niet aan vroeger denken! Niet aan die dag. Itai: Braak 't uit. Koekoek: In geen geval. Waarom zou ik? Itai: Misschien voel je je dan opgelucht. Koekoek: Ja, misschien lucht het mij echt op - Itai: Wacht! (Itai, wiens benen nu gevoelloos zijn, sleept zich onder het net, richt zich half op en kijk met z'n blinde ogen in dezelfde richting als oekoek.) Koekoek: Een warme, mooie junidag. We waren in de tuin, Anna en ik. De zon scheen, de vogels zongen en de lindeboom boven ons zoemde van de bijen. We plukten aardbeien, waren vrolijk en lachten en ik ging in de kelder, wijn halen. Niersteiner Domtal - En toen gebeurde het. Heel plots. Heel onverwacht. Heel plots en onverwacht en onbegrijpelijk snel. Ik zag door 't keldervenster de hemel, en daar waar nu de bleke maansikkel staat, groeide de rode paddestoel. - Koekoek! Koekoek! Koekoek! Maar wat kwakkel ik toch? In Juni was ik altijd op de Rijnstomer onderweg. En later op de snelle vleugelboot. Van Basel tot Amsterdam. De cruise voor wijnkenners met kapiteinsdiner! - Nee, kapiteinsdiner was altijd op oudejaar! Het grote oudejaarsbal op de stroom! En dan begon het te branden. Eerst hier, dan daar, dan overal - het grote oudejaarsvuurwerk - Tot die zwarte regen kwam - En met hem - de zwierige muziek in de lounge. En met de muziek kwam - de fallout! Dan stak een wervelstorm op, en de heldere zomerdag werd nacht. - Wat een stemming! Echt Rijnstemming! Zoals altijd bij 't drijvend wijnseminarie - Als ik wakker werd lag ik op de grond - nachtzwarte duisternis en - onder het motto ALT KÖLLE-OMRHING leidde een conferencier ons door het programma - en het was stil, zeer stil, onheilspellend stil - die warme zomeravond op het open dek - En ik lag daar en dacht dat ik alleen was - Dan stemmen uit de diepte van de duisternis, schreeuwen, een wenen, hulpgeroep - Daarbij bier van 't vat, een toast Hawaï, alles zonder konsumptiedwang natuurlijk - een fantastische belevenis voor groot en klein - Ik zag dat de stad Mainz er niet meer was - de typische droomboot-atmosfeer met zeer gevarieerd boordprogramma - Ik zag het en kon het niet begrijpen - Van het ene ogenblik op het andere was alles, alles gewoon weg - Geef me nu de pruik. Itai: Waar is ze? Koekoek: Vlak voor je. (Itai steekt de pruik omhoog.) Itai: En waarom was Mainz gewoon weg? Koekoek: Het werd door een raket getroffen. Itai: En heel 't bewoonbare areaal was weg? Koekoek: Vroeger noemden we 't nog niet zo. Itai: Waarom niet? Koekoek: Omdat toen alles nog bewoonbaar was. Itai: En waarom hebben jullie 't onbewoonbaar gemaakt? (Koekoek bootst een vogel na.) Waarom hebben jullie 't gedaan? Koekoek: De pruik, opgegente zak! Itai: Ik moet mijn genpas niet verbergen. (Itai werpt de pruik in de Rijn.) Koekoek: Nee!! (Koekoek bootst vogels na, Itai kruipt naar Bjuti:) Itai: Bjuti? Bjuti: Laat me solo. Itai: Ik kan niet meer alleen zijn. Bjuti: Itai, ik ben helemaal dicht. Itai: Kom toch maar. Je krijgt veldzuring. (Itai geeft Bjuti veldzuring en legt zich naast de etende Bjuti.) Wat is er? Bjuti: Ik wou je in mijn kleine hemel helpen en heb niet genoeg voor mezelf. Sterk woord, eh? (Itai plooit dubbel en schreeuwt.) Itai? Itai: Zo'n zenuwscheur doet pijn. Bjuti: Denk aan iets moois. Itai: Waarom? Bjuti: Dat leidt af. (Kort zwijgen.) En? Itai: Ik ga op de tredmolen. Maar niet van binnen. Nee, buitentrapper. Eindelijk, eindelijk ga ik aan 't touw! Bjuti: En stap voor stap omhoog naar de hemel. Itai: Ach, sister, sister, wat stel je je voor? Je trapt ter plaatse en komt er niet dichter bij. (Kort zwijgen.) Waarom hebde mij gisteren getatscht? Bjuti: Weet ik veel? Itai: Alleen maar om te pikken? (Bjuti neuriet een zachte melodie, ze vlijen zich bij elkaar. Checker wordt wakker en komt dichterbij. Itai raakt Bjuti's gezicht aan:) Tranen? Bjuti: In m'n droom geweend. - Blijf! Itai: Ze zijn besmet. Bjuti: In de droom zijn onze tranen clean. Itai: Dan, grote Bog, laat een diepe slaap ons overvallen! Checker: En, het beest met de dubbele rug gespeeld? Itai: Fuckoff!! Checker: No sexual intercourse, mallo. De sister is Checkers mamala. Bjuti: Bepaal jij dat? (Bjuti omarmt demonstratief Itai:) Kom, verwarm me. Checker: En, voelde dat ze gaten in de rug heeft? Bjuti: Nee! Checker: Kapotte tittis, smoel naar de kloten? Bjuti: Neeneenee! Checker: Kapot, kapot, alles kapot! (Checker houdt Bjuti een spiegelscherf voor het gezicht:) Checker: Kijk! - Dat ben jij! (Itai tast Bjuti's lichaam af:) Itai: Daar! - Daar! - En daar! Dat je zo liegt - Bjuti: Nee, Itai, hij ziet alleen het omhulsel. Itai: Welk omhulsel? Bjuti: Mijn verrot vlees. (Bjuti leidt Itai's hand over de kapotte helft van haar gezicht:) Daar! Voor al het andere is hij blind. Itai: Nu begrijp ik alles. Bjuti: Ook mijn ware gezicht? (Bjuti leidt Itai's hand over de gave helft van haar gezicht:) Itai: Is dat je ware - ? Bjuti: Hoe pijnlijk dat allemaal is, hoe mooi en trillend - (Checker grijpt Bjuti tussen de benen) Vinnen van de kut, stuk kots! Checker: Zet die vandaag 'n grote rambo op! Bjuti: Waarom maakte altijd alles kapot? (Checker werpt een touw over zijn schouder en probeert het vlot van de zankbank te trekken.) Itai: Heb je geen angst? Bjuti: Weete, ik had altijd angst. Angst voor de mensen. Angst voor de angst. Doodsangst voor de angst. Yeah, afgefuckte, shittige doodsangst voor de drekangst! Checker: Come on, bodies, we moeten naar Xanten! Bjuti: Maar dan begon ik te dromen. Een mooie, altijd weerkerende droom. Ik droom dat heel mijn lichaam leeg wordt. De drekkige chemie komt eruit, al het kotsige, chemische water. En ik word met zuiver water bijgevuld. Ik word altijd weer zuiver! Ja, Itai, ik ben zuiver, heel zuiver! - En nu trekken we het vlot van de zandbank! D'ruit, uit de winter van jullie leven, boys! Kom in de zomer! Checker: Wat 'n ding? (Allen leggen zich in het touw en trekken, terwijl Bjuti spreekt:) Bjuti: Zomer, dat was het rijpe land onder het hoge blauw der verte! Mooi blauw, stralend blauw, blauw waarin de pauwen wandelen! Yeah, zo staat 't in de books, mallotchicks! De weiden liggen in de bloemengeur, het koren deint uit als een meer, en tussen zomerrogge en dennebomen schittert het omheinde weiland met de witte jasmijn! Watta picture, boys! Yeah, klokjes en bloesems omvangen ons - het geel van sijsjes, Koekoek: Het geel van sijsjes! Bjuti: viooltjesrood, een levendig, roze, bourgogne, ultra-marijn - tot we ons helemaal ingehuld voelen! Koekoek: Oh, ver land van de zomer en de winden, hoe lig je ploegensklaar in 't gele zonnelicht! Bjuti: Yeah, bodies, yeah, wat 'n gevoel! Checker: Forward naar Xanten! Koekoek: Laat ons 'n nieuwe zomer maken! Allen: Naar Xanten! Naar Xanten! Naar Xanten! Naar Xanten! Naar Xanten! Naar Xanten!
VII Op het vlot voor Koblenz. Itai ligt naakt in de zon. Orgaanbankmarkeringen en finaalstempel zijn duidelijk zichtbaar. Koekoek en Bjuti zitten beschut tegen de zon onder Koekoeks paraplu. Checker staat aan het roer. De afstand tussen hen is kleiner geworden. Bjuti haalt een minirecorder uit haar zak, steekt hem aan, en ze horen Mozart. Itai: Eh, wa's dat? Bjuti: Mijn minirecorder. Itai: Atomaire eeuw? Koekoek: Ja, wij luisterden naar die muziek. Itai: Jullie hebben naar zulke muziek geluisterd - ? Koekoek: Bevalt ze je? Itai: Ze maakt de doodszon warm en goed. Checker: Kwatscht die nu ook zo'n schizoshit - Bjuti: Laat hem! (Tamelijk lang zwijgen en Mozart.) Koekoek? Koekoek: Ja? Itai: Wat hebben jullie vroeger nog gedaan? Koekoek: Je vraagt naar het verleden? Checker: Het bestuur zal je killen, body! Itai: Wat is er aan mij nog te killen? Koekoek: Ja, wat we gedaan hebben, Itai - We lagen ginder op de weiden. In de zomer. Anna en ik. En 'n koekoek riep. Koekoek! Koekoek! - Of 'n spotlijster? - Een meeuw! Er waren meeuwen en van 't noorden een strelende wind! Nee, dat was later! Dat was later aan zee - En van 't noorden - geen doodswind? - Jaja, al die verre dingen - Ik zie ons - zwemmen? Naast elkaar? Anna en ik? - Jajaja, vroeger zwommen we nog in de zee! Zonder angst. De huid bleef glad. Geen verdachte roodkleuring. Geen plotse klem. Geen blazen, niets - Alleen de blauwe zee en de meeuwenhemel! Itai: De blauwe zee en de meeuwenhemel - Koekoek: Ja, en ze lachte, ze juichte, ze omklemde mij! Zonder angst! Helemaal zonder angst! Haar arm hoofd was nog gezond. Nee, niet aan zee! Maar waar dan, waar dan? Snotandkots. Was dat nog op de rijnstomer, Anna, waar we elkaar lachend omklemd hebben? Of al op de vleugelboot? Nee, op die cruise in de Middellandse Zee! Water, dat weet ik, veel water was er. - Maar de grote appelplantages? De oude serre? De stadsmuur met de massieve toren - En de nacht nadien - Anna, dat geil stuk kwaliteitskont! Neeneenee, we beefden van tederheid! En de dagen gingen Checker: Blablablablabla! Bjuti: Hou op! Checker: Drekspleet! Bjuti: Oily penisel! Koekoek: Soms voel ik me niet thuis tussen jullie - (De Mozart stopt) Finito. Itai: Dat is - als sterven - Neeneeneeneenee! Wat doe ik dan toch?! Dat is toch allemaal, allemaal verboden. Bjuti: En waarom is 't verboden? Itai: Ook die vraag is verboden! Bjuti: Okay, dan maak ik je 'n openscheur: In het bestuur zitten alleen maar twintigste-eeuwers. Zij hebben ons de shit op de hals geschoven. Daarom houden ze niet van zulke vragen. Itai: (hysterisch) Ik ook niet! Ik ook niet! Ik ook niet! Ik ook niet! Ik ook niet! Checker: Het bestuur heeft zijn brain geamputeerd. (Checker neemt uit de checkzak een borstel en draait Itai op zijn buik:) Kom, body. Itai: Wat wilde? Checker: De Checker wrijft 't bestuur van je af. Itai: De orgaanbankmarkering? Checker: Ook de TIEN GROTE GEBODEN. (Checker wrijft het schrift van Itai's lichaam. Itai schreeuwt:) Itai: Nee! De TIEN GROTE GEBODEN zijn goed! Het is gevaarlijk, een andere mens te beminnen! Je went d'raan, Checker! Je wordt verslaafd! En het doet pijn te horen hoe het vroeger was! Checker: Cool, body, cool! (Checker heeft moeite met het schrift:) Die hebben hun waarheden d'r wel vast op - Zo, nu zijde vrij - Niet eens deftig huilen kan ie. - Eh, zijde ex? Itai: Raar gevoel - Bjuti: Hoe? Itai: Zo iets bodemloos - Checker: Die kwatscht 'n shit - Itai: Geef me ijzer. Checker: Hoe komde d'rop? Itai: Nu wil ik leven. (Checker zet Itai het mes aan:) Checker: Dit ijzer kunde krijgen, body. Bjuti: Lief issie, Checker, lief, zooo lief - Checker: Alleen asje nog eens je minidings aandoet. (Bjuti speelt Mozart. Checker spuit Itai met ijzer in.) O, Bog, zo'n geluid krijg je vandaag nog niet voor bloed! Zo, mallotschick, dat is genoeg tot Xanten. Daar krijgde alles, totally: sterielwater, vitamineballen, neo-enzymen. Daar polen we desnoods je gencode om. En nu: kleed je aan. Hier, globusshelter van de uitschuifkin. (Bjuti en Checker trekken Itai het pak aan. Checker zet hem een kleine, komische muts op. Ze lachen, Bjuti zingt en danst:) Bjuti: Ja, laat ons leven! Koekoek: Jij bent goed. Daar staat 'n loden kooi over 't land. Bjuti: En toch! Kijk, hoe ik dans! Glots toch, hoe ik dans, glots! M'n tetten bloeden van dans en zomer! (Bjuti zinkt uitgeput neer op de grond.) Itai: Eh, Bjuti, wat kwam er na de zomer? Bjuti: De herfst kwam na de zomer, Itai. Checker: Weer zo'n pisding verzonnen. Bjuti: Herfst, dat was de laatste glans van de zomer, als het loof bruin en goud op de aarde viel. Dat waren late asters en septemberrozen. De rode rook der gladiolen. En rozenbottel, herfsttijloos, de koortsvlam in d' ontloofde struik, de laatste vogeltrekken in 't oktoberlicht. - Yeah, bladdy shit, loopt dat goed vandaag! Oh. Tijd der diepe zon, afscheidswarmte, hoe zijde zwaar van 't jaar, een lied in B-mol, een donkere pijn, de bladeren drijven, de storm huilt, de regen striemt, weldra is er sneeuw - Oef! En nu nog uitgekotst, de rest: november - langvervlogen avond - vervaagd in het goud der dagen - uur van oneindige schwermut - als doorstond ik in de late herfst de dood om jou - (Zwijgen) Checker: Van waar hebde eigenlijk die ettersmoel? Bjuti: Waarom wilde niet leven? Checker: Doe 'n fuckoff. Bjuti: Maak je dan toch van kant! (Zwijgen) Op de Neckar bij Esslingen was 't zo'n drekdag. Malaad klimaat, zwoel, drukkend, taai. De lucht stond stil en alles met haar. Zo'n dag als 'n gezonken schip. Shitmotregen viel naar beneden, doorweekte mij tot op de huid, 's avonds verschenen de eerste rode vlekken - Checker: D' een of andere abc-shit. Bjuti: Lieveheerbeestjes op een warme zomernacht. (Zwijgen) Itai: Koekoek? Koekoek: Ja? Itai: Jullie hebben van die mooie boeken gehad - Koekoek: Jaja! Itai: en van die prachtige muziek - Koekoek: Jajaja! Itai: de lente, de zomer, de herfst en de winter - Koekoek: Wat wilde? Itai: Waarom hebben jullie dat allemaal vernield? Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Itai: Koekoek, waarom? Koekoek: Neeneenee, ik mag d'r niet aan denken! Nee! Ik at shrimps. Itai: Waarom? Koekoek: Op 't zonnedek at ik altijd shrimps. - Shrimps? Of wijngaardslakken? Itai: Waarom? Koekoek: En haar hoofd was als een gekookte kip - Nee, wijngaardslakken, dat was in Parijs. Jaja, voor de Grote Golfoorlog, ja! Itai: Koekoek, waarom? Koekoek: Ik at vroeger altijd streekgerechten! Eén keer, in 't zwavelgele licht schreeuwde ik haar toe: Wanneer sterf je, Anna? Ik schreeuwde de arme Anna toe! - Nee, ik at shrimps. Itai: Waarom hebben jullie dat allemaal kapotgemaakt?! Koekoek: Waarom, waarom? De dingen gingen hun beloop. Itai: En jij at shrimps. Checker: Altijd vrat en zoop ie! (Twee roofhonden huilen nabij. Allen luisteren scherp) Hoeveel zijn 't er nog? Bjuti: Daar hoog in de wind jagen er nog twee. Koekoek: Ach, Anna, Anna, Anna! Ik beminde zelfs haar schaduw nog - Bjuti: Checker, je baby heeft weer water nodig. (Checker kijkt op de kaart, stuurt dan naar de oever.) Koekoek: Waar naartoe? Checker: BA Nordrhein Eins, vroeger Bonn. (Zwijgen. Alle kijken naar de oever.) Koekoek: Afdraaien! Checker: Hoe? Koekoek: Die uniformen daar op de muur. Ze hebben MGs. Koekoek! Koekoek! Koekoek! Koekoek! Koekoek! Koekoek! Checker: Als zij schieten, schiet Checker ook. (Checker neemt de katapult in de hand en stuurt verder naar de oever toe. Bjuti begint, dan schreeuwen allen ad libitum:) Allen: Geef ons water! Geef ons water! Geef ons water! (Stilte.) Itai: Wat doen ze? Koekoek: Ze nemen ons in 't visier. Bjuti: We moeten ze murwzingen. Zing mee! (Bjuti zingt haar klaaglied, de anderen vallen in. Een MG-salvo. Checker stuurt verder op de oever toe. Koekoek grijpt hem het stuur uit de hand en draait van de oever af:) Koekoek: Afdraaien! (Checker neemt de katapult, houdt hem met de voeten, slingert een steen naar de oever en schreeuwt:) Checker: Shit! Jullie zijn shit! Shit! Shit! Shit! Shit! Shit! Shit! Shit! Shit! - Geen water voor de nieuwe body in Xanten -
VIII Oever onder Bonn. Morgen. Het vlot is aan de oever vastgemaakt. Itai slaapt op het vlot. Bjuti verschijnt op de oever, doet de minirecorder aan en plaatst hem ver van Itai op de oever, om Itai te wekken. De Mozart weerklinkt, Itai ontwaakt, glimlacht, sleept zich naar de recorder toe. Kort voor hij hem bereikt, is de Mozart uitgespeeld. Itai zoekt de grond af, grijpt in de lucht, vindt echter niets. Bjuti: Itai, je zoekt vergeefs naar wat spoorloos voorbij is. Itai: Bjuti? - Kom hier? Bjuti: Wat wilde? Itai: Mij in jou verstoppen. (Bjuti bedoelt haar buik, die al zeer dik is.) Bjuti: Daar is geen plaats meer. (Bjuti gaat naast Itai zitten.) Itai: Die voortdurende opeenvolging van dagen en nachten - Hopelijk is het vlug voorbij - Bjuti: Hebde geslapen? Itai: Ja. Diep. Maar schoten gehoord. In m'n diepe slaap heb ik schoten gehoord - Bjuti: We hebben geprobeerd in Bonn binnen te geraken. Vanaf het land. Maar ze schoten weer op ons. Itai: Waarom? Bjuti: Moet ik je nog ijzer geven ? Itai: Waarom schieten ze op ons? Bjuti: Je benen masseren? Itai: Bjuti, waarom? Bjuti: Je arme rug? Itai: Zeg waarom ze op ons schieten?! (Checker en Koekoek komen. Checkers veiligheidspak is opengescheurd en bevuild. Hij brengt een ontweide roofhond mee. Ironisch tot Koekoek:) Checker: Zeg waarom ze op ons schieten. Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Itai: Hebben ze getroffen? Checker: Schampschot. Maar Checker is in 't zuiveringsslib gevallen. Voor de elektrische muur van Bonn. That turns him into a toxishit. Trichloorethyl. Bonnse zwijnen! Echt vijandig buitenland. Als je naar Bonn komt, mallotschick, vergeet de loodhandschoenen niet. Itai: Hebde water? Checker: Geen lek. Itai: Vreten? Checker: De laatste roofhond. Itai: Geef! Koekoek: Eerst countercheck. (Koekoek haalt een nieuwe counter uit de tas en count de hond.) Checker: Nieuwe counter? Koekoek: Slingerde daar rond in zo'n kombof. Vierenzestig. Itai: Toch maar. Checker: Binnenstraling - ! Itai: Ik ga d'r ook zo aan. (Checker werpt de hond op de oever.) Itai: Ja, Checker, nu zijde ook besmet. Koekoek: En hoe, en hoe! Checker: Verheug je niet te vroeg. Koekoek: Glots, er komen blazen op je vlees, daar! Checker: Fuckoff! Koekoek: Tschiptschiptschiptschip! (Koekoek "vliegt" op de oever, waar hij heimelijk de hond onder zijn mantel schuift) Checker: Yeah, Checker is toxi. Vollijfssgummi totally ex. Oh, Bog, katastroof, katastroof, katastroof! Yeah, mamala, alles heeft ie d'r nu op: ethyl, ammoniak, dioxine! Daar, glots hoe het al door de Checker vloeit! In armen en benen en vingers en botten! Zijn body geeft al zijn eerste feedback! Geen feeling meer, de hele smoel! Knal d'r hem een! Kom, geef de Checker het ultrabrutale! (Bjuti slaat Checker in het gezicht.) Voos vlees - Hadden ze Checker maar goed getroffen. Was 'n mooie dood geweest. Wondermooie dood. Oh, grote Bog en mamala, de Checker heeft 'n wondermooie dood verpast! (Bjuti flikflooit met Checker en ontwapent hem daarbij:) Bjuti: Nee, je bent clean, Checker, totally clean! Vooruit, doe de glotsies toe en kom mee! Checker, je bent zuiver als - eh - een kerstvogeltje. Rape and murder, watta word! Je komt rechtstreeks uit de winterhemel, zet je op een klokkentoren, hoog boven het sneeuwwitte land, hoog boven de nachtelijke, witwitte stad, en de klokken onder je beginnen te luiden. Bimbambimbambimbambimbam! Oef! En dan vlieg je verder, van stad tot stad, van land tot land, de vleugels wijd opengeslagen - Glots! - En de winternacht is heel groot en hoog. Hoe ben je zo hoog gegroeid, nacht? Okay, body? Checker: Eh, wat doede met kett, net en beng! (Bjuti werpt net, ketting en katapult in de Rijn en eigent zich het mes toe.) Bjuti: Glots hoe snel ze ondergaan. Checker: Sister, de Checker maakt je ex. Bjuti: Waarmee? Checker: Met blote handen. (Checker strekt een beetje hulpeloos zijn hand uit.) Bjuti: Af dat vollijfsvel! Checker: Waarom? Bjuti: Je beestedagen zijn voorbij. (Bjuti neemt Checker zijn hoofdbescherming af en trekt hem het gummipak uit: heel de man is één vlammend, brandrood teken.) Bjuti: En nu zeg: Ik ben de Checker. Checker: Hij is de Checker. (Bjuti zet het mes aan Checkers lichaam.) Sister, wat doede met me? Bjuti: Om jezelf gewaar te worden. Checker: Nee! Bjuti: Kom, ik zal huilen met jou. (Bjuti snijdt Checker en zegt hem voor:) Ik ben de Checker Checker: Dieper. (Bjuti, voor ze snijdt, met grote, archaïsche geste ten hemel.) Bjuti: Bog, laat het licht schijnen in de duisternis! Checker: Nu - word ik mij gewaar - Bjuti: Ik ben de Checker. Checker: Ik - ben - de - Checker (Checker zakt ineen en huilt. Bjuti streelt hem:) Bjuti: Achter de nacht - ergens ver weg - de een of andere helle, ongehoorde dageraad - Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Bjuti: Zeg nu: ik heb maar één arm. Checker: Ik heb - Bjuti: Kom, open je zonnezeil! Checker: Ik heb maar één arm. (Checker keert zich naar Bjuti en kijkt haar vol aan.) Bjuti: Man, je hebt ogen als een doodskist! Checker: Wat weete van de pijn die in mij is? - En wat weet ik van de jouwe?
IX Op het vlot kort voor Keulen. De hemel een chaos van brand en nacht. De GROTE TAMTAM trekt voorbij. Allen liggen als een mensenkluwen midden op het vlot en krimpen ineen bij elke achtste slag, daarmee hun toenemende zwakte signaliserend. Als de GROTE TAMTAM weg is, heft Koekoek het hoofd en vreet een hondebeen. Checker komt recht: Koekoek bidt. Checker neemt het hondebeen en de nieuwe counter van hem weg en count het been, Koekoek probeert zijn aandacht af te leiden: Koekoek: Glots daar voor! Leverkusen. Daar brandt het al eeuwig. Chemische kettingreaktie. (Checker toont Bjuti de counter.) Bjuti: Clean. Checker: En hij heeft hem solo opgegeten. Bjuti: Waarom hebde dat gedaan? Koekoek: Koekoek! Koekoek! Koekoek! Bjuti: Eh, body, is 't denkcentrum ex? Koekoek: Anna - Bjuti: Koekoek, waarom? Koekoek: Eén keer - bedekt met as en stof - bleef ze staan en streek met haar hand over mijn kop - zo! - en ging dan weer eindeloos heen en weer - Wanneer sterfde eigenlijk?! (Koekoek ontrukt Checker het hondebeen, gaat aan het roer staan en vreet. Checker huilt.) Bjuti: Waarom huilde zo vreselijk? Checker: Altijd vreet ie solo - Bjuti: Kom. (Bjuti neemt Checker in de arm.) Checker: de vis, de vogel en de hond. Bjuti: Hij is twintigste-eeuwer. (Bjuti wordt onrustig en kreunt) Checker: Is er iets? (Bjuti houdt haar buik vast en kijkt naar de hemel:) Bjuti: Ik zie de slanke lentepaarden. Hoe ze elkaar teder met de neusvleugels aanraken. Hoe ze week elkaar vleien, zich zacht en ontspannen naar elkaar toeneigen. Hoe hun waaiende adem zich onzichtbaar mengt - Checker: Bjuti, wat is er met de buik? Bjuti: Het wil eruit. Checker: Zo vroeg? Bjuti: Het kent de kapotte aarde niet. (Checker streelt Bjuti's buik:) Checker: Lief is de Checker, lief Bjuti: Ik ben lief. Checker: Ik ben lief. Bjuti: Hoe week je hand is - Koekoek: Glots, de ruïne daar! Checker: Smoel, solovreter, smoel! Koekoek: Dat was de Kölner Dom. Checker: Weer zo'n pisding verzonnen. (Bjuti richt zich hoog en stijl als de Dom op en schreeuwt:) Bjuti: Een Dom was een zeer hoog huis met grote ramen uit kleurig glas en een toren, die steil in de hemel groeide! Elfhonderd jaar stond hij daar, en in jullie eeuw is ie gekrepeerd!! Checker: Koekoek, waarom hebben jullie hem laten sterven? Koekoek: Koekoek! Koekoek! Bjuti: Ze hebben hier alles laten sterven. Itai: De aarde. Checker: De lucht. Bjuti: Het water. Itai: De vissen. Checker: De dieren. Bjuti: De vogels. Itai: De bloemen. Checker: De bomen. Bjuti: Ons! (Zwijgen. Zeer ver de GROTE TAMTAM, komt gedurende de scène naderbij) Itai: Moordenaar! Checker: Moordenaar! Bjuti: Moordenaar! (Alle drie schreeuwen MOORDENAAR!) Koekoek: Ik ben geen moordenaar. (Checker legt Koekoek het touw om de hals.) Checker: Jij zuigt mij 't sap uit 't ruggemerg! Jij trekt de kalk uit al mijn botten! Jij tast mijn brain aan! Geen moordenaar? Koekoek: Waarom juist ik? (Bjuti krijgt haar kind, ondertussen:) Bjuti: Ook jij! Ook jou was't om 't even wat met ons gebeurt! Ook jij wilde alleen je vleugelboot! Ook jij was traag, verzadigd en gemakkelijk! Ook jij zag het komen! En wat hebde gedaan? Itai: Hij at shrimps! Bjuti: Ook jij hebt geen hand uitgestoken! Of hebde geprobeerd mij tegen jou te beschermen? Als jullie zo weinig om ons gaven, waarom hebben jullie ons dan gemaakt? Laat de shit! Zo'n kapotmaker heeft zichzelf gestraft. (Bjuti kijkt naar haar kind: een walgelijke wanstaltige klomp vlees met één arm en zonder gezicht:) Nee, maak h'm ex! Maak h'm ex! Maak h'm ex! Checker: Wat is er? (Bjuti steekt het kind naar hem uit:) Bjuti: De eerste mens voor Xanten! Checker: Mijn kind - ? Itai: Is't mooi? Bjuti: Ja, zeer mooi. Itai: Waarom schreeuwt het niet? Checker: Het heeft geen mond. Bjuti: Het heeft geen gezicht! Geen gezicht! Geen gezicht! Checker: Nog 'n wens? Koekoek: Onthou de stemmen van de vogels. (Checker stranguleert Koekoek, die stervend vogelstemmen nabootst.) Checker: Counter en mes. (Checker count het lijk, laat dan Bjuti de counter lezen.) Bjuti: Weg met de drek! (Checker kipt Koekoek in de Rijn. Bjuti kijkt het lijk na:) Bjuti: Wij wilden van de aarde houden, Koekoek. Waarom dwongen jullie ons ze te haten? (Bjuti zingt haar klaaglied en spreekt tussendoor tot haar kind:) Bjuti: Oh Bog, een kind zonder gezicht! Ik kijk je aan en zie je niet, jij gladde wand uit vlees en witte huid. - Hoe moet ik je eyeballs maken? Klankgaten, rieker, een mond? - Wat heb ik je in mij gevoed? Je mijn laatste sappen gegeven? En nu zijde maar rattenvreten - Kom, nacht, jij die van de ziel een vriendin bent, en - Oh, nee, het gaat niet meer! Er is teveel ontzettends! - Je grijpt naar mij? Glots, Checker, glots, het grijpt naar mijn vlees, het grijpt! - Mijn lam, mijn hartslag, mijn kleine zon - wat hebben ze je aangedaan? (Zwijgen. Ze voegen zich weer samen tot een mensenkluwen.) Checker: Geen mens, geen dier, geen vogel meer - Itai: Ja, wie zal ons vlees nu vreten? Bjuti: En niemand, die een fluit uit mijn knoken snijdt. (Zwijgen en GROTE TAMTAM.) Bjuti: Horen jullie het zieke hart van de aarde? (De GROTE TAMTAM wordt luider. Nu krimpt de mensenmassa enkel nog bij elke twaalfde slag ineen. Lichtverandering naar zeer hel, wit licht. Checker heft het hoofd:) Checker: Xanten! Xanten! Xanten! Bjuti: Itai, hoorde, we zijn in Xanten! Checker: Ademt hij nog? Bjuti: Alleen heel oppervlakkig. Checker: Bij Bog, daar is Xanten! (Ze staren naar Xanten. Zwijgen.) Itai: Wat is dat? Bjuti: Oevermuur. Itai: Een oevermuur? Wat nog? - Is d'r nog iets? Waarom zijn jullie zo stil? Bjuti: Niets, niets! Itai: Je liegt. Checker: Er staan bodies op de muur. Itai: Wat doen ze? Bjuti: Ze bewegen zich. Itai: Ze wuiven. Zeker wuiven ze! Checker: Ze heffen hun geweren. (Zwijgen. De GROTE TAMTAM, eerst ver, nadert) Itai: Bjuti? Bjuti: Ja? Itai: Zeg die oude woorden nog eens. Zeg kersenbloesemtijd - zomerrogge - septemberrozen - spreek van oktoberlicht, van november - en van de sledetocht onder de weifelende maan - (Zwijgen) Spreek! Bjuti: Het gaat niet. De fantasie is ex. En ook al mijn moed heb ik uitgehuild. (Checker neemt Itai in de armen en fluistert:) Checker: Kersenbloesemtijd - zomerrogge - septemberrozen - kom met de laatste vogeltrekken in het oktoberlicht - november - langvervlogen avond - vervlogen is het goud der dagen - uur van oneindige schwermut - als onderging ik in de late herfst de dood om jou - (Zwijgen.) Checker: Vlieg, Itai, vlieg! Itai: Regelingsvoorstel? Checker: Okay. Itai: Geef 't me met 't naif. (Checker steekt Itai in het hart.) Bjuti: Kom, dit moment hoort alleen hem toe. Itai: Ik - was zo eng - zo vreselijk eng - en ik ben nu vol met verte - veel te vol - (Itai strekt zich uit en is dood. Zwijgen. De GROTE TAMTAM komt nog dichter.) Bjuti: Rechtuit. Checker: In de open zee? Bjuti: Het water bemint ons. (Terwijl Bjuti spreekt, wordt ze met Checker en Itai terug tot een mensenkluwen:) Kom, mijn kind zonder gezicht. Hoor je het water? Luister, hoe het ruist! Kom toch, kom, we springen erin. We springen erin en laten ons drijven. We drijven, mijn kind, we verzinken. Nu drijven we op de bodem van de zee: licht, vederlicht, helemaal gewichtloos. Onder ons mosselen, stenen en zand. En stukken van schepen, mijn droomspeelgoed. Een aak met gekantelde kiel, een stuurwiel, een verzonken anker. En boven ons trekt een vis zijn baan. Kijk, hoe het glimlacht, kijk toch, kijk! Kijk ook daarboven de maansikkel in het oosten, groot en nabij en wonderbaar. Ze breekt zich veel dozijnen keren in het water. Zie je de vele maansikkels niet? Hoe vreedzaam het hier is, mijn kind, hoe stil. Als was de stroom, als was de zee, als was de aarde een paradijs. Kom, m'n kind zonder gezicht, kom mee en heb geen angst. Het water bemint ons. Het schenkt ons zeer veel: de zon op de groene algen, de donkere vleugelschaduw van de reiger, de verloren afdruk van een zeester in het zand. Hoor je het zingen van de wind, mijn kind? Hoor hoe van ver de harp van het riet klinkt! Zee, vroegste gezicht van al onze dromen! Zee, die eerder was dan mijn lied - (Het mensenkluwen krimpt nog driemaal, zwakker wordend, ineen op het geluid van de GROTE TAMTAM, ligt dan rustig, terwijl de GROTE TAMTAM verderdreunt.) einde Harald Mueller |
|||||
A-fasie:
woordjes door Philip Demeester |
|||||
![]() |
home | ©2006
Philip Demeester |
![]() |
|||